Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. —■ Alg. Begins. XVII.

569

die de administratie heeft, ■—■ zij, wier reden van bestaan juist is om te zorgen voor de bevrediging dier behoeften i) — moeten onderdoen voor een hieromtrent afwijkende meening van den rechter, benoemd met het oog op een geheel andere taak. Het gevolg zou niet enkel zijn dat vaak in de door den rechter besliste aangelegenheid het algemeen belang slecht werd gediend. Het bewustzijn bij de administratie dat haar inzicht op bedoeld punt eventueel toch moet achterstaan bij dat van een rechter, in deze minder dan zij tot oordeelen bevoegd, zou op haar ook in het algemeen verlammend kunnen gaan werken. Wie in de behartiging van hem persoonlijk vreemde belangen wordt gebonden aan de opvatting, die anderen daarvan hebben2), verliest allicht iets van eigen verantwoordelijkheidsbesef s), en gevoelt hij dat bij die anderen het juiste inzicht in de betrokken belangen niet aanwezig is, dan zal zijn gebondenheid zeker niet het beste middel zijn om hem goed werk te laten verrichten.

Zij het niet in gelijke mate, kan toch ook een louter praeju-

1) Terecht zegt v. Sarwey, Das öffentliche Recht p. 68: „Die Verwaltungsiimter sind zur Wahrung des öffentliehen Interesses ebenso berufen wie die Richter zur Rechtsprechung". Daarom ligt het in de rede cfat omtrent de vraag wat in het algemeen belang al dan niet wenschelijk is, de rechter volgt het oordeel der administratie, en niet omgekeerd. Zie hierna p. 580 v. o. sub c; vgl. ook p. 354 — 355 hiervóór. Onfeilbaar zijn noch rechter, noch administratie, maar aan beide is opgedragen de taak, die ieder hunner het best is toevertrouwd. Dit sluit niet uit dat ook over het beleid der administratie controle noodig is, maar in den regel zal deze bij voorkeur niet zijn uit te oefenen door den rechter.

2) "Wel kan de administratie zelfstandig handelen, met de kans om gedesavoueerd te worden door den rechter. Maar het gevaar is dit, dat zij óf zich steeds zou afvragen: hoe zal de rechter er over denken, óf soms er van uitgaan dat de rechter het maar moet uitmaken als er kwestie over komt.

3) Tot op zekere hoogte kan hetzelfde gezegd, waar een subaltern beambte te veel gebonden wordt aan de opvatting zijner superieuren. Doch, voor deze is het juist een kwestie van takt, hoeveel vrijheid zij hun ondergeschikten kunnen laten, waarbij het onder meer zoowel op ieders persoonlijkheid als op het gewicht van elke zaak aankomt. Daarvan kan geen sprake zijn in de verhouding van den rechter tot de administratie.

Léon: Rechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1 36*

(Mr. L. van Praag, Recht. Org.)

Sluiten