Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XVII.

575

een zin, welke die inmenging niet toelaat. 1) Daarentegen mag dit volstrekt niet aangenomen enkel op motief dat er de een of andere feitelijke omstandigheid zou zijn te onderzoeken, waarover de administratie in de eerste plaats geroepen is te oordeelen. Dit toch geeft, althans in het algemeen, geen reden om te duchten dat — onderzoekt de rechter of de feitelijke omstandigheid terecht al dan niet aanwezig is geoordeeld door de administratie — deze laatste zou worden belemmerd in de goede behartiging van haar taak; vgl. hier onder B sub ƒ en no. 45 hierna. En daarom is er wel bezwaar te maken tegen verschillende beslissingen onzer jurisprudentie, die vaak al te spoedig m. i. een voor haar oncontroleerbaar oordeel der administratie aanwezig heeft geacht, waar daartoe geen voldoende aanleiding schijnt te bestaan. Zie voorbeelden van deze jurisprudentie in de volgende nos. 24—44, waarbij vgl. ook no. 45.2) — Aan den anderen kant zijn er in de jurisprudentie van den H. R. óók verschillende arresten, die, voorzoover ze niet moeten aang emerkt als een uitvloeisel van het beginsel, hieronder sub (3«) geformuleerd, als voorbeelden kunnen gelden van bovenbedoelde vrije interpretatie, en waarbij er dan goede reden was om — met afwijking van het resultaat der grammatikale uitlegging, dat de feitelijke aanwezigheid van zekere omstandigheid praejudicieel zou doen zijn voor den rechter — inderdaad praejudicieel te achten het oordeel hieromtrent van het administratief gezag. De

!) M. i. zal deze soort van interpretatie wèl mogen prevaleeren boven die naar de bloote letter van een artikel, doch niet daar, waar uit de wordingsgeschiedenis duidelijk blijkt dat de letter den zin der wet juist weergeeft.

Ten overvloede zij er op gewezen dat tegen de hier voorgestane wijze van wetsuitlegging niet mag aangevoerd, dat zij juist onderstelt een waardeering door den rechter van het algemeen belang; zie ook het hier onder B sub <j gezegde.

2) Ook de H. R. gaat in deze soms verder met vrije interpretatie dan geoorloofd schijnt; vgl. speciaal nos. 41 en 42 hierna.

Bij het in no. 41 vermelde arrest van 1895 werd miskend dat, als een wettelijk voorschrift iets overlaat aan het eindoordeel der administratie, dit beperkt is tot hetgeen dit voorschrift naar zijn ware bedoeling, soms ook

Sluiten