Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

576

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XVII.

methode ') nu, bij die jurisprudentie gevolgd, kan speciaal worden toegepast, waar het geldt de hier bedoelde vraag naar de wenschelijkheid van eenigen administratieven maatregel voor het algemeen belang. Aldus kan b.v. de in no. 13 sub a weergegeven overweging van het arr. H. R. van 27 Dec. 1897 worden gerechtvaardigd, en de beslissing van het t. a. p. sub b geciteerde arr. Hoog Mil. Ger. Hof van 26 Febr. 1909 worden afgekeurd. — De zooeven bedoelde methode is o.a. te vinden in het arr. H. R. van 31 Dec. 1867 W. 2974 p. 2, R.spr. 87 § 46, v. n. Hox. G. Z. 23 p. 397, G.st. 856, gewezen naar aanleiding van' artt. 1 en 3 in onderling verband van het sedert ingetrokken Kon. Besl.

volgend uit zijn samenhang met andere, noodzakelijk meebrengt; vgl. p. 254 hiervóór. Laatsbedoeld beginsel ligt, behalve aan het t. a. p. geciteerde arrest van 1892, ook ten grondslag aan het hieronder op p. 577 vermelde van 19 Juli 1870, Rb. 's Hertog. 3 Maart 1870 R. B. 1872 p. 477 casseerend omdat daarbij was aangenomen dat, nu aan de administratie was overgelaten het eindoordeel over iemands bevoegdheid tot het uitoefenen van zeker beroep, hetzelfde moest gelden ten opzichte der daden, waartoe de tot het beroep toegelatene bevoegd was. — Vgl. ook no. 9 hiervóór: H. R. 29 Febr. 1904 in verband met II. R. 27 Febr-. 1899 over art. 193, tweede zinsnede Gem.wet. — Vgl. verder H. R. 7 Maart 1898, no. 27 sub a hierna. — Zie voorts H. R. 13 Febr. 1867 W. 2889, R.spr. 85 § 27, v. d. Hon. G. Z. 23 p. 51, vermeld in de Pasicrisie, Alph. Ged. I i. v. Adm. en regt. magt no. 220, en betreffende een provinciaal reglement.

!) Zij geldt eveneens voor contracten, zij het behoudens het stellige voorschrift van art. 1378 B.W. Hoe echter een schijnbaar duidelijke term doorliet zinsverband toch een andere beteekenis kan krijgen, toont voor een contract het voorbeeld van no. 63 hierna, waar «benoodigd zijn» is uitgelegd als stond er «naar het oordeel der Direktie». Een minder korrekte redaktie (in de bedoelde zaak blijkend uit hetgeen verder in het contract volgde), vindt men ook wel in wettelijke voorschriften. Waar nu in een bepaald geval reden is om aan inkorrekte redaktie te denken, gaat het niet aan toch aan de letter te blijven hangen, wat soms de meest irrationeele en ongewenschte gevolgen kan hebben.

Dat het overigens wel van de inkleeding eener verordening afhangen kan, of al dan niet beslissend is het oordeel van het administratief gezag over de aanwezigheid, hetzij van in de verordening aangegeven omstandigheden, hetzij zelfs van de nakoming der verordening, toont b.v. de zaak, berecht door H. R. 22 Febr. 1892, zie no. 46 hierna.

Sluiten