Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

592

Inleid, wet II. O. — Alg. Begins. XVII.

de vraag naar de rechtmatigheid van haar optreden buiten spel is1).

Het is duidelijk dat administratieve rechtspraak, zooals tot voor kort allen die op haar wettelijke regeling aandrongen, deze wenschten, en zooals zij ook is belichaamd in hel Ontw. 1905, — geheel iets anders is dan een hervormde administratie met rechterlijke allures.- Dit laatste verlangt echter Struycken in Hand". Jur. Vereen. 1908 II p. 132—142, die hetgeen hij aanbeveelt, zelf noemt pseudo-rechtspraak of „opgekuifde" administratie 2). Nu ligt het voor de hand dat de beleidskwestie geen hoofdbreken vereischt, als aan de administratie zelf de administratieve rechtspraak in haar geheel zou worden opgedragen. Maar steunt de geheele beweging voor algemeene wettelijke regeling dezer materie niet op het streven naar een rechtspraak, van de administratie onafhankelijk, op het tegendeel dus eener „opgekuifde" administratie ?3) Tegen Struyken zie Scheltema (p. 582

!) Aangeteekend zij hier dat ook het naar aanleiding van art. 15 Ontw. 1905 door Scheltema (p. 582 hiervóór geciteerd) p. 179—182 ja p. 137 voorgestane stelsel enkel reden van bestaan heeft bij een admin. rechtspraak, wier taak is rechtsverhoudingen vast te stellen, — niet bij eene, die het geheele beleid der administratie zou hebben te beoordeelen ook buiten zulke vaststelling.

2) Vgl. J. A. van Hamel in Iland". 1.1. I p. 77, waarbij ook p. 80 en 82. Zie mede S. v. Houten in Hand". Jur. Yereen. 1891 I p. 54—55. Vgl. echter R. Kranenburg, De tegenstelling tusschen publiek- en privaatrecht.... diss. Leiden 1909, noot op p. 118—119.

3_) Tot deze laatste voert, dunkt mij, op den duur elk stelsel, waarbij den administratieven rechter de beleidsvraag in eenigszins ruimen omvang wordt onderworpen. — Terecht is gezegd door Arntzenius in Themis 1902 p. 508 (vgl. 1.1. p. 492): de rechter mag niet worden administrateur. Vgl. ook Jolly, in Zeitschr. für die gesammte Staatswissensch. 34 (1878) p. 590; Bernatzik, liechtsprechung p. 46, en in Grünhut's Zeitschr. 18 p. 158—159jisp. 152—153, alsmede v. Lemayer 1.1. 22 p. 447—448 ja p. 462. Behoedzaamheid in deze raadt den administratieven rechter ook aan Tezner, Die deutschen Theorieen p. 286—287. — Naar aanleiding van Arntzenius t. a. p. vgl. overigens v. Idsinga in Themis 1903 p. 15 — 16. Deze zoekt het kriterium hierin, of de rechter al dan niet ambtshalve optreedt. JVI. i. is dat in deze niet het beslissende moment, Als in veel gevallen, naar de redaktie der wet, de doelmatigheid de

Sluiten