Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XVII.

593

hiervóór geciteerd) p. 176—177, en vooral W. B. A. 3107—3114, 3116*). Vgl. ook het opgemerkte hieronder p. 599 nt. 1, en het slot der noot op p. 598 2).

d. Een andere vraag dan de hierboven sub c aangeroerde3), is die of de administratieve rechtspraak zóó moet worden geregeld dat de rechter enkel zal hebben te beslissen of de administratie overeenkomstig de wet heeft gehandeld, — dan wel aldus dat hij óók onderzoekt of zij van de door de wet haar gelaten vrijheid een rechtvaardig gebruik maakte. Dit laatste is voorgestaan, bij ons door J. A. Levy, Admin. Rechtspr. (1886)4). Waar deze echter (1.1. p. 9—13 jis. p. 46 —47) recht en algemeen belang voor identiek houdt, zweeft hij in ideale sferen, deze woorden niet gebruikend in den zin van het positieve recht en van het

rechtmatigheid van het administratieve optreden bepaalt, kunnen partijen in v. Idsinga's stelsel den rechter ook telkens laten beslissen, of de administratie het algemeen belang wel juist heeft ingezien. Zoodoende zou voor het geheele administratieve beleid de opperste beslissing toch bij den rechter zijn gebracht. Deze wordt dan noodzakelijk opper-administrateur, wat vermoedelijk aan de onafhankelijkheid zijner rechtspraak niet ten goede zou komen.

!) Terwijl dit gekorrigeerd wordt, is de in W. B. A. 3116 toegezegde voortzetting dezer reeks opstellen nog niet verschenen.

2) Wat de door Struycken 1.1. p. 137 geciteerde beslissing van het Saksische Oberverwalt.gericht betreft, deze schijnt mij toe zeer wel te passen ook in oen stelsel als dat van ons Ontw. 1905. Die van den Conseil d'Etat, vermeld 1.1. p. 138 v. b., behandelde blijkbaar een geval van détournement de pouvoir; vgl. hiervóór p. 556—557.

3) Struycken l.l. maakt geen onderscheid tusschen het hier sub d aangeduide stelsel en dat boven sub c aangegeven. Terwijl hij l.l. p. 134—135 j's p. 141—142 het opneemt voor een controle van het geheele administratieve beleid door een pseudo-admin. rechtspraak, die eigenlijk zelf onderdeel is van de administratie, — is zijn oogmerk blijkens p. 140—141 1.1. gericht op de verwezenlijking van den rechtsstaat, door niet enkel de wettigheid, maar ook de rechtvaardigheid, de billijkheid van het optreden der administratie te laten onderzoeken door een administratief rechter. Zou ter. bereiking van dit doel het volgen van den door hem aanbevolen weg wel het meest bevorderlijk zijn?

4) Vgl. ook L. de Hartog in Themis 1891 p. 415 tegen Buys in Hand. Jur. Vereen. 1891 I p. 93—94.

38

Sluiten