Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XVII.

595

standers vinden; vgl. op dit punt Vitringa in Themis 1905 p. 31, 33 en 411). Des te meer reden is er om wel te overwegen, of Gneist's en Tezner's leer voor ons aannemelijk kan geacht2). Ygl. ook hieronder p. 607 nt. 2.

!) Een andere vraag is het, of dient opengesteld een suort revisie (= requestciviel; zie artt. 247 vlgg. Ontw. 1905 Wb. v. Adm. Kv.) o]i gronden van algemeen belang; vgl. Vitringa 1.1. p. 40—42, en daarbij R. F. in W. 8155 p. 3. Zie ook Bërnatzik, Bechtsprechung p. 301 j>s p. 117—118. — Vgl. hieronder p. 611.

2) Men zal hebben na te gaan, wat verkieselijker is : een ad min. rechtspraak met gezag van gewijsde en dus de overheid bindend, eventueel behoudens revisie ook op gronden van algemeen belang, — en deze dan beperkt als hier sub d en e wordt aangegeven; of wel onbeperkt in Tezner's geest, doch zonder dat de overheid absoluut gebonden wordt. En in het bizonder wat het hier sub d aangeduide dilemma betreft: adinin. rechtspraak wegens wetsovertreding, of óók ter achterhaling van enkel onrechtvaardige, speciaal partijdige maatregelen der administratie, — is te vragen, wat in de bij ons bestaande omstandigheden het zwaarst moet wegen: de gevaren te duchten voor den goeden gang der publieke zaak van eventueele onoordeelkundige rechterlijke beslissingen, dan wel de vrees voor partijdig optreden der administratie, ook zonder dat deze de wet veronachtzaamt. Ten opzichte van dit laatste rijst mede deze vraag : in hoever kan door rechtspraak dit euvel worden bestreden? Want dat bet niet altijd doenlijk is, ligt voor de hand; b.v. bij partijdige benoemingen. Ook Tezner, Die deutschcn Theorieen p. 121 v. o.—122 v. b. erkent de onmogelijkheid om door rechtspraak alle partijdigheid te keeren. Hij merkt echter op — en dit zeker terecht — dat dan toch behoort gedaan te worden wat wél mogelijk is in deze. Maar dan moet tevens er voor gewaakt dat de administratie niet verlamd worde. Tezner 1.1. p. 123 v. o.—124 v. b. onderstelt zelf de kans op gevaar voor het openbaar belang, als niet enkel subjektieve rechten worden beschermd. Doch, zegt hij, praktisch is van dit gevaar niet gebleken. Intusschen is de ondervinding op dit punt in het eene land,'geen maatstaf voor een ander met geheel verschillende toestanden. En buitendien stelt T. de vraag bier onjuist. liet gaat ten deze niet om de kwestie of de admin. rechtspraak enkel subjektieve rechten beschermt, maar hierom wat de gevolgen zijn bij rechterlijk onderzoek van het administratief beleid, len aanzien der behartiging van het algemeen belang. Vgl. ook T. 1.1. p. 111—113, en hiervóór p. 562 nt. 2.

Mocht men tot de slotsom komen dat ook hier geldt: le mieux souvent est 1'ennemi du bien, — en dat niet alle private belangen tegenover de administratie door rechtspraak kunnen beschermd, dan behoeft dit geen beletsel te zijn om

Sluiten