Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

596 Inleid, wet. li. O. — Alg. Begins. XVII.

Al houdt men niet met Levy recht en algemeen belang voor identiek, toch zal een rechter, die buiten wettelijke bepaling om, onderzoek moet doen naar de rechtvaardigheid van het optreden der administratie, althans veelal haar beleid tevens hebben na te gaan. Een beslissing naar beginselen van rechtvaardigheid vereischt vaak weging der betrokken belangen, in deze dus mede waardeering van het aan de administratie ter behartiging opgedragen algemeen belang. En daarom zou hier zulk een beslissing slechts zijn toe te vertrouwen aan een rechter, van wien mag verwacht dat hij ook tot die laatstbedoelde waardeering behoorlijk in staat is, — tenzij hij alleen dan buiten de wet om met rechtvaardigheidsoverwegingen te rade heeft te gaan, als hij kan aannemen dat een naar ieders overtuiging schreeuwende onrechtvaardigheid is begaan. Ygl. ook Alg. Begins. XIX no. 101).

— behalve door een bepaling als op p. 557—558 bedoeld, waaromtrent vgl. nog de hier volgende noot — ook op andere wijze voor die private belangen te zorgen, zooveel nl. als mogelijk is zonder te kort te doen aan de bestuursbehoeften. B.v. door voorschriften aan de administratie omtrent het hooien van belanghebbenden, en het motiveeren harer beslissingen, waarbij zie art. 183 lid 2 Ontvv. 1905 Wb. v. Adm. Rv. — Vgl. Preuss. Oberverwalt. gericht 4 Maart 1904 Entscheid. 45 p. 428, en 41 Okt. 1906 1.1. 49 p. 299. Vgl. ook Tezner, Zur Lehre p. 47 v. b., 51, 101—102, 109 v. b., en in Grünhut's Zeitschr. 19 p. 384—387, 404-405. — En misschien zou men, in de hier sub d bedoelde kwesties geen rechtspraak wenschelijk achtend door den in de ontwerpen van 1905 gewilden rechter, — daarover toch kunnen laten oordeelen b.v. door Ged. Staten, met beroep hetzij op den Raad van State, afdeeling geschillen van bestuur, heizij op de administratieve kamer van den H. R., mits ongeveer zoo samengesteld als b.v. het Pruisische Oberverwaltungsgericht. — Ook in het laatste geval echter zou m.i. zijn te letten op heigeen p. 600 hierna wordt opgemerkt over politieke kwesties, al komt dan mede in aanmerking dat Ged. Staten in zekeren zin een politiek college zijn.

1) Met het vorenstaande is niet in strijd het p. 558 nt. 2 voorgestelde. De admin. rechter kan, waar hij zou moeten nagaan of de administratie van haar macht, aangewend tot een ander doel dan waarvoor zij haar is verleend, een onredelijk gebruik heeft gemaakt, daarbij voor de vraag naar hetgeen in abstracto wenschelijk is in het algemeen belang, uitgaan van het oordeel der

Sluiten