Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

604

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XVII.

dan wordt door hem de zaak afgedaan, en is het in den aanhef van dit artikel bepaalde niet van toepassing1).

!) Om van het hier voorgestelde rekenschap te geven, ter toelichting het volgende.

Uitgegaan wordt van de p. 601 nt. 1 aangeduide onderstelling ten opzichte van art. 2 b R. O. naar Ontw. II 1905. — De terminologie van art. 1 Ontw. I 1905 is gevolgd. — «Gedragingen» omvat besluiten, handelingen, weigeringen èn nalatigheden. -— «Belangen van algemeen nut» zijn zoowel algemeene Rijksbelangen, als algemeene belangen van andere publiekrechtelijke korporaties. Niet er toe behooren bizondere belangen, b. v. bij de toepassing der Hinderwet die van de naaste buren. Daarom zou bedoeld art. 2 c R. O., spreekt het enkel van belangen van algemeen nut, in den regel niet in den weg staan aan een rechterlijke beslissing betreffende art. 12 dier wet in den geest van v. Idsinga in Themis 1903 p. 14—16. Dit zou slechts daar het geval wél zijn, waar de bezwaren van B. en W. gelden vrees voor gevaar, schade of hinder ten aanzien der openbare gezondheid, veiligheid, enz. — Meent men echter dat de grens tusschen belangen van algemeen nut en meer bizondere belangen vaak niet wel zou zijn te trekken, dan kunnen in art. 2 c de woorden «van algemeen nut» geschrapt en vóór «belangen» ingevoegd : «de aan dit orgaan toevertrouwde» (=: ter behartiging opgedragen). Met het oog op het mogelijk verschil van gevoelen hieromtrent, zijn in den tekst beide redakties alternatief gegeven, gelijk door de gebezigde teekens wordt aangeduid. — Bij de lezing «toevertrouwde (opgedragen) belangen», die om de zooeven genoemde reden m. i, de voorkeur zou verdienen, zou (vgl. hieronder in deze noot over «wenschelijkheid») ook vanzelf het tegenwoordige art. 37 lid 2 Ongevallenwet moeten toegepast in den geest, oorspronkelijk door de Regeering gewild. Wenscht men dit niet, dan kan hierin worden voorzien bij art. 2 d, zie p. 606 met de volgende noot. Zoo ook voor art. 12 der Hinderwet.

Onder «wenschelijkheid» valt ook het engere begrip «noodzakelijkheid». Wel wordt verschillend gedacht over de vraag, of ook op dit laatste punt de administratieve rechter zich behoort te onthouden; vgl. Tezner, Zur Lehre p. 41 v. o., 84 v. b., 95-97, 103, 107 midd., 121 nt. 28; Fleiner (p. 453 hiervóór geciteerd) p. 6-7, 11—15 en 19—20. Zie ook Preuss. Oberverwalt. Gericht o. a. 6 Mei 1890 Entscheid. 19 p. 225 (228); 23 Jan. 1903 1.1. 42 p. 411 ; 11 Okt. 1906 1.1. 49 p. 299 (301); 14 Maart 1907 1.1. 50 p. 370 (373); 17 Febr. 1908 1.1. 52 p. 372, en 30 April 1908 1.1. 52 p. 376 (378). En allicht is er minder bezwaar tegen rechterlijke inmenging in deze, als het geldt eenvoudige politiezaken dan b. v. in waterschapsaangelegenheden, waarbij de veiligheid eener geheele streek kan afhangen van de te geven beslissing. Maar het staat te bezien of het mogelijk zou wezen in de wet hier te onderscheiden, speciaal

Sluiten