Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

606

Inleicl. wet R. O. — Alg. Begins. XVII.

duchten, — en daarom ook dat der twee bij het artikel opgenomen algemeene uitzonderingen in de onderstelling dat dan bedoeld gevaar niet aanwezig is (zie de vorige noot en hieronder p. 610 sub g); dit laatste kan buitendien onder speciale omstandigheden het geval zijn. En daar het niet mogelijk schijnt hiervoor een algemeene formuleering te geven, zouden die speciale uitzonderingen kunnen opgesomd in een art. 2d — eventueel telkens aan te vullen bij gebleken behoefte — aldus bepalend:

Het verbod van het vorig artikel geldt niet voor de rechterlijke macht, oordeelend in administratieve zaken, bij de toepassing van artt [in art. 2cl nader aan te duiden]. ')

hoever de rechter schorsing van het geding noodig zal achten ter verwijzing der doelmatigheidskwestie naar het administratief gezag. De daarvoor te geven regels moeten zonder moeite kunnen gewijzigd naar de eischen dier praktijk, en daarom bij algemeenen bestuursmaatregel vastgesteld. Hierbij zou dan zijn voor te schrijven hoe het geschilpunt moet medegedeeld, en aan welk administratief orgaan. Daaromtrent behoeft hier nu niet in bizonderheden te worden getreden.

Aan het slot van art. 2 c ligt ten grondslag de overweging dat eventueele schorsing van het geding niet te lang moet duren, en dat bij het uitblijven der administratieve beslissing mag ondersteld dat door zelfstandige rechterlijke beoordeeling de betrokken belangen niet zullen worden geschaad, daar, is dit te vreezen, er wel voor zal worden gezorgd dat de zooeven bedoelde beslissing tijdig den rechter bereikt.

i) Tegen zulk een opsomming gelden niet de argumenten, waarmee een enumeratieve regeling der competentie van den admin. rechter is bestreden. Er kan dan b. v. overwogen of in dit art. 2 d moeten genoemd bepalingen als art. 37 lid 2 Ongev.wet, artt. 28 no. 5 en 39 no. 4 Drankwet, art. 12 lid 1 Hinderwet. Betreffende eerstgenoemd artikel zou het dubieus kunnen geacht of art. 2 c, bij de redaktie: «belangen van algemeen nut», hier toepasselijk was; vgl. overigens hierboven p. 587. Wat de geciteerde voorschriften der Drankwet aangaat, al huldigt men over het algemeen de gedachte, ten grondslag liggend aan het boven ontworpen art. 2 c, verschil van gevoelen is denkbaar over de vraag, of in dit speciale geval aan den admin. rechter niet toch zonder bezwaar kan worden toegelaten over de toepassing dier artikelen te oordeelen, nu zij den daar aangewezen maatregel aan het admin. gezag veroorloven enkel op grond van in de wet aangeduide feiten, die de vrees voor herhaalde storing

Sluiten