Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

610

Inleicl. wet R. O. — Alg. Begins. XVII.

omstandigheden, als den administratieven rechter moetende worden onttrokken, — m.i. terecht v. Idsinga, Admin. Rechtspr. I p. 25—82; zie mede Tezner, Zur Lehre, passim. Ook deze schrijvers maken echter de hier bedoelde onderscheiding niet. Zoo stelt b.v. Tezner, Die deutschen Theorieen p. .230 nt. 65 de feitelijke en de doelmatigheids-kwestie op één lijn; vgl. ook 1.1. p. 223—225. Insgelijks dé aldaar p. 215—220 geciteerden. Zoo mede Arntzenius in Themis 1902 p. 508—509 j\ p. 494 v. o., en het met diens voorslag instemming betuigende advies van den Raad van State (Bijln. Hand". Tweede Kamer 1905— 1906 no. 63 (2) p. 3 kol. 2), daarom m. i. terecht bestreden in het Rapport van den Min. v. Just. 1.1. (3) § 3 p. 171). Zie verder Reuyl in R. Mag. 25 p. 280—282, waarbij vgl. hierna no. 45 sub b.

g. Is het motief tot onttrekking der doelmatigheidskwestie aan den rechter enkel hierin gelegen dat zijn beslissing daarover, hetzij tengevolge zijner onbekendheid met de belangen waarom het gaat, hetzij om andere redenen, aan een- goede vervulling door de administratie van haar taak zou in den weg staan, — soms nadeelig zou wezen voor het algemeene vertrouwen in 's rechters onpartijdigheid —, dan is er ook, waar die gronden niet bestaan, geen bezwaar om hem de bedoelde beoordeeling te laten2), en, zijn er termen toe, ze hem in speciale gevallen bepaaldelijk op te dragen3). Dit ook dan, als het geldt de vraag wat wenschelijk is in het algemeen belang. En niet alleen de administratieve rechter komt hierbij in aanmerking, doch soms ook de burgerlijke en de strafrechter. Ten aanzien van den laatste vgl. b.v. artt. 261 lid 3 en 263 no. 1 Swb.; voor den

!) In hoever die bestrijding m. i. te ver gaat, blijkt uit het hierboven sub d en e j°. A sub b gezegde.

2) Zie het hierboven p. 605—606 gezegde over het daar voorgestelde art. 2 d wet R. O. Vgl. ook hiervóór p. 461 nt. 2.

3) Waar de behartiging van het algemeen belang als zoodanig is toevertrouwd aan het administratief gezag, zou dit gezag in zijn taak kunnen worden belemmerd door rechterlijke beoordeeling van het algemeen belang. Daarom moet die

Sluiten