Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, reet li. 0. — Alg. Begins. XVII.

615

en 1.1. 25. (1906) p. 250—251, 273,. 278—282; J. B. Kan Jb. 1.1. 16 (1897) p. 335—346, 348 v. o., 351-361, 365—366; J. v. G. Vitringa 1.1. 19 (1900) p. 568—578; Roëll en Oppenheim 1.1. 18 (1899) p. 164, 168—169, 182—196, en 1.1. 21 (1902) p. 3—18, 45—51, 93, 94 v. b., 101 v. o., 104, 109, 112 v. b., 113 v. o., 118 en 131; H. Krabbe, Admin. Rechtspr. (1901) p. 23—74, 80—87, 97, 99—104; H. v. Geoenendael (p. 611 nt. 1 hiervóór geciteerd) p. 407— 416; C. C. v. Bosse (p. 319 nt. 1 biervóór geciteerd) p. 32 — 44; C. A. J. Habtzfetj) in Themis 1900 p. 488—491, 5Ö9 —510; Struycken op p. 592 hiervóór geciteerd, en daarbij W. B. A. hiervóór op p. 593 v. b. vermeld.

Yan buiten]andsche litteratuur zie Laferbière (p. 401 hiervóór geciteerd) II, le éd. (1888) p. 393—397; Aucoc (p. 2 hiervóór geciteerd) no. 268 (p. 436—437) en no. 287 (p. 481); Sebeigny, Traité de 1'Organisation de la Corapétence ... I (1851) nos. 27—32 (p. 29—39); Hauriou (p. 442 hiervóór geciteerd) p. 280 ja. p. 270;') — O. BaHR, Der Rechtsstaat (1864) p. 57—65; Gneist in Verhandl. des deutschen Juristentags 1875 III p. 221 vlgg. en p. 329 ; denzelfde, Rechtsstaat, 2e ed. (1879) p. 47—49, 53, 83 v. o. jis. 86—87 en 92, p. 123—125, 127, vgl. p. 150—151, 184—185, 272—273; O. Mayeb, Deutsches Verwalt.recht I (1895) p. 163 —170, 187—189, 192—196 jis. p. 209—210 en p. 277-278; dezelfde in Archiv für öffentl. Recht 21 p. 47—48; Leuthold in Hibth's Annalen des deutschen Reichs 1884 p. 399—403, 414 —418, nt. 1 op p. 420, p. 427, 435 — 436, 441 v. b. jo. nt. 1, p. 442 jo. nt. 4; Neumann 1.1. 1886 p. 376—407; M. Seydel 1.1. 1885 p. 234—238; dezelfde, Bayerisches Staatsr. II, 2e ed. (1887) p. 440—446; Jolly in Zeitschr. für die gesammte Staatswissensch. 34 (1878) p. 587— 590 jis. p. 584—587; v. Sarwey, Das öffentl.'Recht... p. 68—69, 76 — 77, 79, 156—163, 266, en in Marquardsen I, n, 1 p. 45—48; K. Goez, Die Yerwaltungsrechtpflege in Württemberg (1902) P- 97—101- jis. p. 3—4, — waarbij vgl. p. 25 en 29 (speciaal nt. 2) van de in dit no. 23 i. f. geciteerde Bijlagen. Voorts Bernatzik,

!) Bij het raadplegen dezer Fransche schrijvers lette men op het gezegde in de Bijlagen, aan het slot van dit no. 23 geciteerd, p. 41.

Sluiten