Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet B. O. — Alg. Begins. XVII. 623

deeling der strafbaarheid liet aan den Burgemeester, en daarom als ongeldig moest aangemerkt. — De opvatting van den H. R. is m. i. kennelijk de juiste. Het arrest zegt overigens niet of, mocht de Burgemeester de noodzakelijkheid wèl aanwezig hebben geacht, de strafrechter hierdoor gebonden zijn zou. Men kan n.1. een bepaling als hier ter sprake kwam, öf zóó opvatten (en dit ligt het meest voor de hand) dat de verschooningsgrond niet is de gemelde noodzakelijkheid, doch 's Burgemeesters oordeel daaromtrent, — öf wel aldus, dat als vereischte is gesteld èn de objektieve noodzakelijkheid èn het constateeren daarvan door den Burgemeester.

Ygl. hierbij G. A. v. Hamel in T. v. S. 17 p. 421, en hieronder sub b en c.

b. Zie in den zin dat een soortgelijke bepaling, als sub a hierboven vermeld, — hier in een koninklijk besluit — meebrengt dat het oordeel van het administratief gezag den strafrechter bindt: H. R. 25 Okt. 1864 W. 2641 p. 2, R.spr. 78 § 11, v. d. Hon. G. Z. 21 p. 177; H. R. 6 Febr. 1861 R.spr. 67 § 16, v. d. Hon. G. Z. 18 p. 25, G.st. 489 (488), en H. R. 14 Aug. 1860 W. 2197 p. 1 kol. 1—2, R.spr. 65 §35, v. d. Hon. G. Z. 17 p. 162. — Het gold hier art. 63 van het sedert afgeschafte Kon. Besl. van 24 Nov. 1829 Stbl. 73, de strafbaarheid naar dit besluit opheffend bij onvoorziene omstandigheden, waarvan moest blijken „ten genoege van het plaatselijk bestuur". — Zie betreffende een gelijksoortige clausule in een contract, no. 62 hierna. — Vgl. ook nos. 47 en 60 *).

c. In gelijken geest als de zooeven sub b geciteerde jurisprudentie, nu ten opzichte der noodzakelijkheid, bedoeld in het — anders dan voormeld K. B. geredigeerde — art. 1 der Zondagswet

!) Zie ook art. 17 lid 1 sub 1° der ordonnantie van N.-Indië op de inkomstenbelasting van 30 Maart 1908 Ind. Stbl. 298: aantooning ten genoege van den Direkteur van Financiën dat vennootschapswinst niet is uitgekeerd, maar bij kapitaal gevoegd. Tegen de hier gecursiveerde woorden der bepaling G. T. H. Hierneiss, Eenige beschouwingen over de Indische Inkomstenbelasting Stbl.1908 no. 298, voornamelijk in verband met art. 17 der ordonnantie (1909) p.36—37 en 43 jis p. 25—27; vgl. 1.1. p. 42.

Sluiten