Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XVII. 627

is het, als, gelijk hier m. i. inderdaad het geval was, het overlaten aan het eindoordeel van B. en W. element was der verbodsbepaling.

Bij dit no. 29 vgl. ook het volgende no. 30.

30. c. De concl. O. M. vóór H. R. 22 Okt. 1900 W. 7507 p. 2 kol. 3, R.spr. 186 § 17, v. d. Hon. G. Z. 45 p. 168, P. v. J. 1901 no. 7, G.st. 2566, W. B. A. 2684 meent dat, waar een gemeenteverordening verbiedt den verkoop van voor menschen schadelijke eetwaren, met bepaling dat den keurmeester onherroepelijk is opgedragen de beoordeeling der schadelijkheid, — hier onder „schadelijk" is te verstaan: door den keurmeester schadelijk geoordeeld. — De H. R. vatte de verordening op als uit te sluiten herkeuring, maar zeide niet uitdrukkelijk of hij den strafrechter gebonden achtte aan het oordeel van den keurmeester. Vgl. de p. 253 v. o. geciteerde overweging van het arr. van 27 Dec. 1897. De gevallen, bij de twee arresten berecht, hebben punten van overeenkomst, doch ook van verschil. De verordening, over welke de beslissing van 1900 liep — waaromtrent vgl. v. Hamel in T. v. S. 17 p. 416—417 — schijnt niet te dwingen tot de opvatting, door het O. .M. voorgestaan. Die opvatting is in den geest van het gezegde door BaHR, Der Rechtsstaat p. 61—62, van meening dat, waar een wettelijk voorschrift de inroeping van het oordeel van deskundigen over technische kwesties verordent, bedoeld is hun het eindoordeel hierin te laten. Daartegen vgl. echter Reuijl in R. Mag. 14 p. 84 nt. l,env. Idsinga, Admin. Rechtspr. I p. 64 in de noot bij p. 62 j°. nt. 2 op p. 75—76.

Bij dit no. 30 vgl. ook no. 40 hierna. Ook daar gold het een technische kwestie, en wel een, waarover het eindoordeel bij de verordening nu uitdrukkelijk was overgelaten aan de administratie. Het betrof daar echter niet, gelijk hier, een waardeering met het oog op de behartiging der openbare belangen, maar een bloot feitelijke maatbepaling.

31. Is bij gemeenteverordening den Burgemeester opgedragen te constateeren dat een vrouw zich aan prostitutie overgeeft, en

Sluiten