Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. — Mg. Begins. XVII. 635

41. Daar bij art. 29 wet 20 Juli 1870 Stbl. 181 het oordeel over de noodzakelijkheid der afsluiting, en dus ook over het al dan niet besmet zijn van. hoeven en weiden, is overgelaten aan den distrikts-veearts, is dit punt onttrokken aan het rechterlijk onderzoek. — Zoo H. R. 24 Juni 1895 W. 6701, R.spr. 170 § 30, v. d. Hou. Sr. 1895 p. 225, P. v. J. 1895 no. 72,. G.st. 2298, W; B. A. 2418. — Ygl. hierbij ook art. 2 sub 6o K. B. 10 Juli 1896 Stbl. 104, volgens de wijziging bij K. B. 22 April 1898 Stbl. 109. — Het „dus" van den H. R. in zijn zooeven geciteerd arrest schijnt gewaagd: vgl. no. 45 sub c hierna, en de noot op p. 575—576 hiervóór !).

43. Naar aanleiding van art. 94 oud Reg. Regl. voor Ned. O.-Indië van 2 Sept. 1854 Stbl. 129 besliste H. R. 4 Juni of Juli 1875, vermeld op p. 53 (vgl. ook p. 57 en 420) — bevestigend Hoogger.Hof N.-Indië 17 Juni 1873 W. 3689 — dat, al beperkte het Reglement het administratief gezag ten opzichte van het ontslaan der leden van het Hooggerechtshof, door de bevoegdheid hiertoe afhankelijk te stellen van hun toestemming, de beoordeeling der vraag of er toestemming was, bleef bij het administratief gezag, en niet stond aan den rechter. — Al heeft deze (zeer dubieuse) beslissing nu voor art. 94 geen waarde meer, art. 93 sub 2o naar den thans geldenden tekst (zie wet 29 April 1901 Stbl. 92) zou een dergelijke kwestie kunnen doen rijzen. — Overigens is het arrest van belang, omdat er uit blijkt, hoe vrij de H. R. in deze materie soms de wettelijke bepalingen interpreteert.

43. De beantwoording der vraag of een gemeente bezwaard werd door een aangegane geldleening (van welke omstandigheid het afhing of de gemeente door het ontvangen van het geld

!) Ook de geschiedenis dei- wet toont niet dat bedoeld is het eindoordeel over het al dan niet besmet zijn te laten aan den distrikts-veearts. Vgl. art. 5 lid 1 wet 19 April 1867 Stbl. 30, art. 33 oorspr. Reg.-Ontw. in Bijl". Hand". Tweede Kamer 1868—1869 p. 795 ja p. 798, en het tweede ontwerp in Bijln. 1869—1870 p. 120.

Sluiten