Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

638

Inleid, wet li. O. — Alg. Begins. XVII.

oordeel gevend, slechts de verordening uitvoert1) opdat haar behoorlijke verwezenlijking mogelijk zij, en dat zijn oordeelvelling alleen strekt om een nog niet bestaande of nog niet vast omlijnde verplichting öf te doen ontstaan, of duidelijk te bepalen. Hij oefent daarmee dan geen rechtspraak uit, zelfs dan niet, als zijn oordeel niet bloot een feitelijke omstandigheid, maar een rechtsverhouding geldt2). Immers zijn oordeel omtrent het punt in kwestie, bindt daarvoor niet zóó dat dit punt voortaan rechtens voor betrokkenen in alle gevallen vaststaat; maar het hier bedoelde eindoordeel is voorwaarde voor het doen ontstaan van andere rechten en verplichtingen, dan die mogelijk van dat oordeel het onderwerp waren. Het wordt richtsnoer enkel voor zekere gedragingen, aangeduid bij het wettelijk voorschrift3). — Dit alles neemt echter niet weg dat het soms — n.1. inzoover de toegang tot den rechter wordt afgesneden — materieel voor de betrokkenen op hetzelfde neerkomt, als ware er hier rechtspraak opgedragen (vgl. ook p. 372—374 hiervóór). Het laatstbedoelde is het geval, overal, waar met de beslissing-van het punt, waaromtrent aan iemand het eindoordeel is overgelaten, vanzelf geheel is gegeven die over de rechtsverhouding tusschen gedingvoerenden, of omtrent een bepaalde toepassing der wet. Wil men zooveel doenlijk een niet slechts formeel, doch ook materieel juiste rechterlijke uitspraak verkrijgen, dan behoort men de oogen niet te sluiten voor de mogelijkheid van het hierboven gesignaleerde misbruik. En zulk misbruik is niet enkel te duchten, waar slechts de toepassing eener verordening door het administratief gezag daarbij afhankelijk wordt gesteld van het oordeel van dit gezag, —maar evenzeer als dat oordeel element is van het verboden zijn eener bepaalde handeling. Vooral zoo dat ook mag wezen een oordeel, volgend op het begaan der handeling, waarop de verordening straf stelt, — kan deze wijze van wetgeving leiden tot rechts-

J) Zij het dan niet in den zin der Gemeentewet, vgl. no. 40 hiervóór.

2) Vgl. ook op art. 1 R. O. sub G no. 34.

3) Een dergelijk geval kan zich voordoen bij statuten, reglementen en contracten; vgl. hierna nos. 65j'» nos. 50—64.

Sluiten