Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

646

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XVII.

P. v. J. 1892 no. 47, W. B. A. 2237. — Vgl. hierbij de overweging van het in no. 11 sub b hiervóór vermelde vonnis Rb. Maastr. van 11 Jan. 1856, dat het administratief gezag bij uitsluiting is geroepen om te beslissen, of bij de oprichting van een werk van openbaar nut op eigen grond door een gemeente, alle wettelijke vereischten zijn in acht genomen. — Is de hier geciteerde overweging der Rechtbank m. i. kennelijk onjuist, daarentegen 'is er wegens de inkleeding der betrekkelijke verordening, dunkt mij, tegen die van den H. R. in 1892 niets te zeggen. Maar toont zij niet hoe dergelijke verordeningen de waarborgen, die de toekomstige regeling der administratieve rechtspraak zal geven, bij gemis aan bepalingen op dit punt in de Rijkswet, — zouden kunnen ontduiken, door ook ten aanzien der vraag of iemand voldaan heeft aan zijn wettelijke verplichtingen, hem geheel afhankelijk te maken van een mogelijk partijdige, en zelfs willekeurige >) beslissing dienaangaande van de administratie? En is het niet wenschelijk hierin te voorzien? Ygl. het vorig no. 45 sub a 2).

4 3. Uit de bepaling van art. 20 Souv. Besl. v. 22 Dec. 1814 Stbl. 113, dat de bewijzen voor het recht om overschrijving op het Grootboek te doen bewerkstelligen, moeten zijn volledig ten genoege van de Direktie van het Grootboek, volgt niet dat die

!) Vgl. het hiervóór p. 581 nt. 1 gezegde over het onderscheid tusschen «partijdig» en «willekeurig». Zie ook sub no. 60 hierna. Een wettelijke bepaling, als in dit no. 46 geciteerd, stelt niet eens de aanwezigheid van het oordeel der administratie over het voldaan hebben aan de bedoelde verplichtingen tot vereischle. De verlangde verklaring kan door B en W. geheel willekeurig worden geweigerd.

2; In de daar in de noot op p. 640 voorgeslagen wetsbepaling is na «feit» nog «omstandigheid» bijgevoegd, omdat anders twijfel zou kunnen rijzen of de bepaling wel toepasselijk is in gevallen als die van dit no. 46. — Vgl. over een dergelijk voorschrift als hier bedoeld, ook in een bouwverordening, Tezned, Die deutschen Theorieen p. 159 nt. 277. Diens opvatting dat de vergunning dan bloot deklaratief is, is m. i. onjuist. Op de deklaratieve beantwoording door de administratie van het punt in kwestie, steunt het geven of weigeren der vergunning, die zelf constitutief is.

Sluiten