Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

648

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XVII.

beide p. 214x) geciteerd. Zie ook Eb. Utrecht 6 Juni 1888 en Rb. Leeuw. 28 Juni 1888, beide aangehaald hiervóór p. 487—488. — Vgl. op art. 1 R. O. sub G no. 2. Zie mede het aldaar vermelde vonnis Rb. Assen van 21 Jan. 1883. — Vgl. ook p. 340— 341 hiervóór.

Zie verder Hof Geld. 26 Nov. 1845 Hertzveld, Onuitg. burg. regtspr. Hof Geld. p. 44—45, beslissend dat, waar bij reglement is bepaald dat ouderlingen een direkteur, die iets ten nadeele der broederschap verricht, kunnen afzetten, — de beoordeeling der vraag of het bedoelde geval zich voordeed, uitsluitend is aan ouderlingen, zoodat dit punt niet nader kan onderzocht door den rechter2).

Bij dit no. 50 vgl. hierna no. 56 sub b, alsmede nos. 57 en 58.

51. Omtrent de vraag of iemand door woord of daad heeft getoond zich, af te scheiden van de Ned. Herv. Kerk (art. 3 Alg. Regl. v. 1 Mei 1852) overwoog Rb. 's-Grav. 28 Febr. 1888, dat dit wel moet afgeleid uit bepaalde feiten, doch dat de kracht en waarde dier feiten volkomen staan ter beoordeeling der kerkelijke besturen, als belast met het houden van opzicht en het uitoefenen van tucht over de gemeenteleden, — zoodat bedoeld punt niet kan onderzocht door den rechter, die in een ander stelsel zou worden geplaatst voor vragen omtrent geloof en belijdenis, handel en wandel der leden van een kerkgenootschap, wat niet tot zijn bevoegdheid behoort. — Hoewel dit vonnis bevestigend, nam Hof 's-Grav. 21 Jan. 1889 aan dat, wordt bovenbedoelde vraag der afscheiding praejudicieel voor den rechter, deze verplicht is haar zelfstandig te onderzoeken. In dien laatsten zin implicite ook o. a. H. R. 15 Juni 1888; Rb. Leeuw., vonnissen van 22 Mei 1890 en van 31 Mei 1888; Rb. Utrecht 2 April 1890. Zie al deze beslissingen vermeld hiervóór p. 214 ja. p. 208; vgl. ook p. 340 en op art. 1 R. O. sub G no. 2. — Bij de hier geciteerde motiveering van Rb. 's Grav. 28 Febr. 1888 vgl. ook

1) 17 aldaar moet zijn : 27.

2) Deze beslissing is hier opgenomen, omdat uit den term «ouderlingen» schijnt te volgen dat zij een kerkelijke broederschap betrof.

Sluiten