Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

656

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XVII.

C. Contractueele bepalingen1).

eo. Hof 's Grav. 30 Juni 1902 W. 7854, P. v. J. 194 besliste naar aanleiding van een contractueel beding, waarbij Direkteur en Commissarissen eener naamlooze vennootschap verklaarden dat de vennootschap zou betalen de schulden verzekerd door hypotheken, die op in de vennootschap ingebrachte huizen rustten, wanneer van het bestaan dier schulden tijdens den inbreng bleek ten genoege van de Direktie der vennootschap, — dat hiermee niet bedoeld kon zijn aan de willekeur der Direktie over te laten om voornoemde schulden al dan niet gestand te doen. Daardoor toch zou de verklaring haar doel missen, en dus sloot zij niet uit het onderzoek van den gewonen rechter om het bestaan der schulden aan de wettelijke bewijsmiddelen te te toetsen. Het Hof verwierp de opvatting van het vonnis a quo dat er hier zou zijn een (nietig) pactum de compromittendo; vgl. op art. 1 R. O. sub G no. 29.

Bij bovenstaand arrest is het volgende op te merken. Als het Hof had aangenomen dat het eindoordeel volgens de overeenkomst in deze berustte bij de Direktie, zou dit nog niet haar willekeur hebben gewettigd, daar eventueel bewijs van kwade trouw zou aantoon en dat de Direktie niet had geoordeeld gelijk zij voorgaf; vgl. ook H. R. 23 Jan. 1903 W. 7875, enz. op art. 1 R. O. sub G no. 27, en het hier volgend no. 61. Hiertegenover kan nu wel gezegd dat bewijs van kwade trouw slechts zelden zou kunnen

statutaire doel «uitsluitend raakt het beleid der algemeene vergadering van aandeelhouders, doch de wettigheid van het genomen besluit in haar geheel laat.» M.i. vergist S. zich in de strekking dezer door hem tusschen aanhalingsteekens geplaatste overweging van het Hof, die korrespondeert met een gelijkwaardige in het vonnis a quo Rb. Amst. 20 Jan. 1905 W. 8269 (j°. 8268). Na te hebben vastgesteld dat hier de bepaalde handeling, aan de statutaire doelbegrenzing gemeten, niet onwettig was, overweegt de rechter dat zekere tegen die handeling aangevoerde grief, uitsluitend raakt, enz., zie zooeven.

]) Vgl. ook hierboven sub B.

Sluiten