Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

666 Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XVIII.

W. 1356 dat die, competentie niet hierdoor wordt opgeheven, dat de toen bij den rechter wegens inbreuk op burgerrechtelijke verplichtingen geëischte afbraak insgelijks had kunnen zijn gevraagd aan B. en W., op grond dat er gehandeld was in strijd met een besluit van Ged. Staten. — Vgl. hierbij Chauveau-Adolphe (p. 452 hiervóór geciteerd) I no. 521 p. 149. Zie ook no. 5 hierna.

4. c. In anderen geest dan de jurisprudentie van no. 2 hiervóór, overwoog Rb. 'sGrav. 31 Mei 1894, geciteerd op p. 356 v. o. ja. p. 360 v. b., dat, waar een provinciaal reglement aan belanghebbenden middelen toekent om langs administratieven weg tegen den ligger van wegen op te komen, en beklaagde heeft daarvan geen gebruik gemaakt, de administratieve beslissing bij het vaststellen van den ligger omtrent beklaagdes onderhoudsplicht gegeven, door den strafrechter moet geëerbiedigd. Zie voor dit laatste punt de jurisprudentie, t. a. p. vermeld. — Vgl. ook het slot van Rb. Rott. 26 Juni 1850 W. 1145, R.spr. 44 § 96.

Voor een speciaal geval (het gold het gedurende een lange reeks van jaren niet reklameeren) nam Hof 's Hertog. 23 April 1907 W. 8552, W. B. A. 3089 aan dat het niet volgen van den weg van artt. 264—266 Gem.wet, afstand insloot van eischers contractueel recht. Het Hof zeide echter niet dat de weg in rechte hierdoor was afgesneden, gelijk het cassatiemiddel tegen dit arrest voorgedragen, onderstelde '). Op grond dat bovengenoemde gevolgtrekking van het Hof onaantastbaar was in cassatie, is deze verworpen door H. R. 8 Mei 1908 W. 8709, R.spr. 209 § 7. Of 's Hofs gevolgtrekking juist was, is een andere vraag; partij kon immers b.v. hebben gemeend dat er geen kans was op goeden uitslag bij een betwisting van den aanslag, nu tegenover zijn privaat recht de gemeente haar publiek recht stelde. Vgl. Rb. Rott. 4 April 1910 W. 9051, van oordeel dat het niet

l) In het vonnis Rb. Tiel, vermeld hiervóór in no. 1 sub a, is sprake van afstand van het recht om te ageeren bij den burgerlijken rechter, van de actio in formeelen zin; hier van afstand van een privaatrechtelijke bevoegdheid, van de actio in materieelen zin.

Sluiten