Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

676 Inleid, wet R. O. — A'g. Begins. XIX.

ambtsdaden na te laten of te verrichten. Ook de bepaling in het provinciaal reglement dat Ged. St. de liggers moeten wijzigen overeenkomstig de rechterlijke uitspraken, brengt noch voor hen de zooeven bedoelde gehoudenheid mee, noch maakt zij den rechter bevoegd om op eigen gezag wijziging van den ligger te bevelen Yeroordeeling tot die ambtsdaad zou ook geen verder dwingende kracht hebben dan de genoemde bepaling reeds heeft, wier toepassing bij verzuim niet moet gevraagd van den civielen rechter, maar van het bevoegde administratief gezag. De rechterlijke macht kan geen andere middelen tot uitvoering harer uitspraken aanwenden dan die langs civielrechtelijken weg zijn toe te passen. — Zoo Rb. Arnhem 10 Juli 1885 W. 5270, G.st. 1864, W. B. A. 1926, op dit punt contra O. M., dat de vordering ontvankelijk achtte op grond der bovengenoemde bepaling van het provinciaal reglement, en ook omdat z. i. de provincie, den weg ten onrechte op den ligger plaatsend, zich daardoor een recht had aangematigd. Het O. M. zag dus in die bepaling wèl, de Rechtbank niet, zoodanig wettelijk voorschrift als aan het administratief gezag de verplichting oplegde om te gehoorzamen aan 's rechters bevel in dezen (vgl. den aanhef van het vorig no. 2, en p. 390, 391 jis. p. 374 en 393). Zie ook in W. 5270 het p. s. van den inzender, zich tegen de Rechtbank beroepend op de analogie met art. 73 B. W. Z. i. heeft 's rechters bevel dwingender kracht dan een wetsbepaling. — Inderdaad bevat deze een bevel in abstracto, het vonnis een bevel in concreto. In het algemeen nu volgt uit het bestaan van het eerste m.i., dat de overigens competente rechter het bevel mag geven om dat wettelijk voorschrift na te leven, indien eischer tegenover gedaagde op die naleving recht heeft; dit, tenzij de rechter daardoor zou treden op terrein, voorbehouden aan een ander, en voor hem dus verboden, vgl. hierna no. 9 ja. p. 510 hiervóór. — In de zooeven vermelde procedure meende het O. M. dat, bestond de genoemde bepaling van het provinciaal reglement niet, er veel te zeggen zou zijn voor de opvatting, dat dan de rechter het administratief gezag niet kon bevelen,

Sluiten