Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XIX.

683

de cassatie. Dit contra O. M., hetwelk o. a. van meening was dat art. 153 Grw. meebracht 's rechters bevoegdheid tot het uitvaardigen van het door het Amsterdamsche Hof gewraakte veto. De H. R. beriep zich op het uitzonderingskarakter van gevallen als bedoeld in art. 180 Gem.wet, waarbij het een administratieve handeling geldt, welke de wetgever in het openbaar belang zonder belemmering wil doen geschieden. — Zie over deze jurisprudentie J. P. A. N. Cakoli, Het kort geding I (1906) p. 144— 146. \7gl. hierbij ook Pres. Rb. Utrecht 9 Nov. 1901 W. 7695, W. B. A. 2747, gekritiseerd door Cakoli 1.1. p. 146—147. Zie verder Léon—v. Rossem nos. 9 en 10 met Suppl. I op art. 289 Rv., en de oudere Belgische jurisprudentie, vermeld bij Giron (p. 447 hiervóór geciteerd). Ygl. ook Haüriou (p. 442 geciteerd) 8e ed. (1914) p. 397 v. b. sub 9°. en noot 1, alsmede, voor het geval van incompetentie der administratie, 1.1. p. 92 bij noot 1.

Caroli 1.1. p. 143—144 meent dat het openbaar gezag, indien competent, geen bevelen van den rechter heeft te dulden, en acht (1.1. p. 147) enkel op dien grond den President der Rechtbank niet bevoegd schorsing of staking te gelasten van een daad, die volgens B. en W. steunt op art. 180 Gem.wet, en overigens naar dit artikel is te hunner competentie. — Met het oog op het in het volgend no. 9 gezegde komt mij Caroli's stelling in die algemeenheid onjuist voor. Of nu de hierboven weergegeven leer van den H. R. omtrent de verhouding van art. 289 B. Rv. tot art. 180 Gem.wet in dezen de goede oplossing geeft, hangt af van de strekking, toe te kennen aan beide voorschriften, vooral het eerstgenoemde. Men kan meenen dat voor de algemeene bevoegdheid der overheid om, hetzij krachtens speciale wetsbepaling hetzij ook zonder dezer met den sterken arm op te treden, die van den President der Rechtbank . moet wijken. Intusschen komt het dan toch aan op de vraag, of in het konkreete geval die bevoegdheid der overheid aanwezig is. Moet dit punt enkel achteraf door den rechter worden beslist, of ook bij voorraad door den President? De beantwoording dezer kwestie ware hier niet op hare plaats.

Sluiten