Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XIX.

68-5

N. Jur. 1915 p. 794, W. v. N. R. 2385, cf. O. M., casseerend Rb. Haarlem 28 April 1914 W. 9736, welk vonnis in tegengestelden zin was gewezen '). In gelijken geest als in 1915 was beslist door H. R. 9 Mei 1902 W. 7766, R.spr. 191 § 2, v. d. Hon. B. R. 68 p. 207, P. v. J. no. 156, W. B. A. 2763. In anderen zin liet Kappeyne zich uit (in Handelingen der Tweede Kamer 1872—1873 p. 1218—1219). Kappeyne zocht de grens tusschen rechtsmacht en bestuur daarin dat de rechter nooit een veroordeeling kan uitspreken, die ten gevolge zou hebben dat een daad van bestuur moet worden verricht of, hoewel niet verricht, moet beschouwd als verricht, terwijl hij (1.1. p. 1219 kol. 1 v. o.) hieraan toevoegde dat de rechterlijke macht de administratie nooit kan dwingen haar handelingen te veranderen, te verbeteren of aan te vullen. De vraag of de rechterlijke macht — ook zonder dwangmiddelen — ooit een bevel van de bedoelde strekking aan de administratie mag geven, waaraan deze verplicht zou zijn te gehoorzamen, in de eerst geciteerde zinsnede dus ontkennend beantwoordend, wijst Kappeyne daarbij als voorbeeld er op dat de rechter, hoewel competent in een vordering tot uitbetaling van pensioen, de Regeering niet kan veroordeelen tot het nemen van een Kon. Besl., dat nóodig is voor het recht op pensioen, noch de vordering toewijzen, als trad het vonnis in de plaats van het ontbrekend Kon. Besl.2). Tegen dit laatste is ra. i. niets te zeggen (vgl. ook no. 5 hiervóór), maar het voorbeeld bewijst niet dat Kappeyne's leer in haar algemeenheid opgaat 3). Kappeyne zal ook wel hebben bedoeld: behoudens speciale wetsbepaling (vgl. no. 2 hiervóór). Intusschen

!) Vgl. het slot van dit no. 9.

2) Anders S. v. Houten in Hand. Jur.-Vereen. 1891 I p. 01.

M. i. is dit evenmin liet geval met de stelling van Gikon (p. 447 hiervóór geciteerd) betreffende een rechterlijk verbod om onwettige bestuursdaden uit te voeren. Voorzoover de rechter geroepen is tot een ook de administratie bindende onrechtmatigverklaring van zulke daden, ligt in zijn uitspraak dier onrechtmatigheid m. i. ook het hier bedoelde verbod opgesloten; vgl. hieronder in den tekst en de blzz., waarheen daar wordt verwezen.

Sluiten