Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

688 Inleid, wet R. O. — AJg. Begins. XIX.

de jurisprudentie toegekend. Evenmin als de administratieve rechtspraak der toekomst reden van bestaan zou hebben, zoo het aan de administratie vrijstond gehoorzaamheid te weigeren aan 's rechters uitspraak, — evenmin kan dit geoorloofd zijn, waar die uitspraak is gegeven in een geschil, nu krachtens art. 2 R. O. ter competentie van de gewone rechterlijke macht, indien n.1. de administratie partij was in het geding. Vgl. ook in W. 259 het gezegde door de Mem. v. Toel. op het ConflictenOntwerp, ingediend in 1842: het kan niet aan het administratief gezag vrijstaan zich al dan niet aan de uitspraken der rechterlijke macht te onderwerpen, omdat daaruit botsing en regeeringloosheid zou ontstaan. — Was echter de administratie geen partij in het proces, dan mist tegenover haar het vonnis — heeft dit niet gezag van gewijsde tegenover iedereen — bindende kracht, afgezien van die-, welke aan het vonnis toekomt als vaststelling der rechtsverhouding van de in het geding betrokkenen '). — In het oog te houden is nog dat, volgt uit 's rechters competentie voor een vordering tegen de administratie gericht, dat hij haar in het algemeen 2) de bevelen geven mag, die z. i. uit de wet voortvloeien, — de beantwoording der vraag welk speciaal bevel hij in het konkreete geval te geven heeft, overigens afhangt van het materieele recht. Mag een bepaald bevel niet worden gegeven, dan is de daartoe strekkende vordering niet-ontvankelijk, ook als het bevel wèl zou mogen worden gegeven aan een partikulier; vgl. Alg. Begins. IX no. 24. Maar beeft de rechter in een geschil te zijner competentie, waarin de administratie partij was, aan deze een bevel gegeven, en kan tegen het vonnis niet worden opgekomen, dan is de administratie evenzeer gebonden aan het gezag van gewijsde als partikulieren. Inhoever de wet haar de bevoegdheid moet toekennen om wegens redenen van algemeen belang herziening van het vonnis te vragen, is een andere kwestie,

!) Vgl. hierna no. t l.

2) N.1. daargelaten het geval dat het geven van het hevel is voorbehouden aan een ander; vgl. p. 686 v. b.

Sluiten