Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XIX.

689

van belang de iure constituendo; vgl. .T. v. G. Vitringa in Themis 1905 p. 40—42 ji«. p. 31—40, en hierboven p. 595 nt. 1. Vgl. ook Laferrière (in no. 1 geciteerd) 2e ed. p. 511, le ed. p. 462.

Is het voorafgaande (waarbij vgl. p. 418 en 507'—508 hiervóór) juist, dan doet ook daartegen niet af de p. 507 v. b. vermelde opmerking in Krabbe's dissertatie, dat n.1. de administratie is een zelfstandig staatsorgaan, evenzeer als de rechter. Het is immers moeielijk in te zien, waarom dit argument tegen gebondenheid der administratie aan een rechterlijke uitspraak, hetzij meer kracht zou hebben tegenover de gewone rechterlijke macht dan tegenover een afzonderlijk administratief rechter, — hetzij eerder zou gelden, waar de administratie optrad als uitvoerend staatsgezag, dan waar zij b.v. partij was bij een burgerlijk contract (vgl. ook Krabbe zelf 1.1.). In het eene geval zoowel als in het andere is de administratie gebonden aan de wet, en dus ook aan de uitspraak van den rechter, als staatsorgaan voor de konkreete kwestie niet bindend gezag beslissend, wat de wet reeds aan de administratie gebood. Vgl. hierbij H. Krabbe, Die Lehre der Recbtssouveranitat (1906) p. 24—31, en J. A. Loeff (p. I hiervóór geciteerd) p. 52—61. Bij Krabbe in zijn dissertatie voor het hier behandelde punt vgl. v. Sarwey, Das öffentl. Recht p. 661 ja. p. 660. — Zou het argument van Krabbe in zijn dissertatie opgaan, dan zou het — en die gevolgtrekking maakt hij dan ook — moeten leiden tot incompetentverklaring van den rechter, die dan immers geen enkele de administratie bindende beslissing zou mogen geven; vgl. Alg. Begins. IX no. 26 i. f.

In de bovenstaande onderstelling dat artt 1401 vlgg. B. W. toepasselijk zijn op overheidsdaden, althans zoo deze inbreuk maken op burgerlijke rechten,, is nog dit op te merken. Neemt men aan dat de schadevergoeding, naar gemelde artikelen toe te kennen, niet enkel in geld behoeft te bestaan, maar ook kan omvatten herstel in den vorigen toestand '), —dan is de rechter

Vgl. H. K. 14 Febr. 1851 W. 1240, v. d. Uon. B. R. 12 p. 276 en liet hieronder in den tekst genoemde arrest van 1903. Vgl. daarbij nog H. R. 13 Juni

* 44

Sluiten