Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

690

Inleid, wet R. O. — Alg. Begin,s. XIX.

ook bevoegd om, waar hij het administratief gezag veroordeelt, in die veroordeeling te begrijpen een bevel tot het zooeven bedoelde herstel. Zie H. R. 13 Maart 1903 (geciteerd hiervóór p. 428 v. o. ja. p. 445 noot), overwegend dat art. 1401 B. W. niet is geschonden door — waar B. en W. een hnis sloopten op grond eener onwettige verordening — de gemeente te veroordeelen tot een schadevergoeding, o. a. bestaande in amotie van hetgeen onrechtmatig was aangebracht, en in herbouwing van wat onrechtmatig was. afgebroken. Dit arrest verwierp de cassatie tegen dat van Hof 'sGrav. 26 Juni 1902 waarbij, met bevestiging van Rb. Rott. 1 Mei 1899 (beide beslissingen vermeld op p. 428), tegen de stelling dat de burgerlijke rechter het openbaar gezag niet zou mogen veroordeelen tot het in vorigen toestand terugbrengen van hetgeen ter wille der openbare veiligheid was weggenomen, — werd overwogen dat art. 1401 B. W. de schadevergoeding niet beperkt tot betaling eener geldsom.

Hierbij is te vergelijken Rb. Amst. 14 Juni 1898 W. 7279, P. v. J. 1898 no. 87, G.st. 2502, wèl toewijzend een eisch tot schadevergoeding tegen een gemeente wegens contractbreuk bestaande in demping eener sloot, doch de vordering om demping te bevelen ontzeggend, op grond dat het dempingsbesluit van den Raad niet was een onrechtmatige daad volgens art. 1401 B. W.; vgl. nader p. 444—445 hiervóór. — Daarentegen had Rb. Amst. 6 Juni 1893 P. v. J. 1893 no. 61 op de vordering tot ontdemping derzelfde sloot de gemeente hiertoe veroordeeld. Maar dit vonnis was vernietigd -door Hof Amst. 31 Jan. 1896 "W. 6777, P. v. J. 1896 no. 16, op overweging o. a. dat, al is het publiek gezag dat

1913 W. 9531, N. .lur. 1913 p 782, W. v. N. 11.2278, de kwestie in het midden latend. Zie in W. 1.1. de nt. 2 van E. M. M(eijers) op dit arrest, en J. G. v. Oven in W. v. N. R. 2293 p. 595 kol. 1 nt. 3. Deze laatste meent dat herstel in den vorigen toestand niet krachtens art. 1401 kan worden gevorderd. Evenals de II. R. in 1903 ook Hof 's Hertog. 7 April 1914 W. 9617, N. .lur. 1914 p. 461, echter tevens overwegend dat het niet wenschelijk is de levensbelangen eener gi-oote en volkrijke stad aan iemands willekeur over te leveren, en daarom reëele executie weigerend in het gegeven geval.

Sluiten