Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XIX.

69]

bij een handeling in het publiek belang de rechten van derden schendt, daarvoor aansprakelijk en gehouden tot vergoeding van toegebracht nadeel, daaruit voor den benadeelde nog niet het recht wordt geboren om van de rechterlijke macht te vragende veroordeeling van bedoeld gezag om terug te komen op zijn uitgevoerd besluit, en dit ongedaan te maken door een restitutio in integrum. Zie voor de verdere motiveering p. 444 hiervóór. Vgl. nader op art. 2 R. O. sub B § 4.

Dat uit de competentie der rechterlijke macht in de op art. 676 B. W. steunende vordering van een oevereigenaar tegen een gemeente ingesteld tot ontdemping van een door gedaagde gedempt stroomend water, volgt de mogelijkheid tot herstel in den vorigen toestand bij den burgerlijken rechter, is beslist door Rb. Roermond 20 Jan. 1910 W. v. N. R. 2114. — Hof Leeuw. 6 Mei 1914 N. Jur. 1914 p. 917 achtte de rechterlijke macht niet bevoegd aan een waterschapsbestuur te bevelen de door eischer (beklemden meyer) verlangde werken aan te leggen tot herstel van" schade volgens hem toegebracht door de nalatigheid van het gedaagde bestuur. Dit met vernietiging van Rb. Gron. 25 Apr. 1913 (vgl. N. J. 1.1.). De Rechtbank had aangenomen dat er was een eisch tot schadevergoeding bestaande in herstel in den vorigen toestand. Maar ook inzoover dit het geval mocht zijn, was m. i. eischer niet-ontvankelijk, daar hetgeen hij stelde geen inbreuk was op zijn privaat recht.

Rb. Haarlem 28 Apr. 1914 W. 9736 verklaarde niet-ontvankelijk een vordering tot handhaving in het bezit tegen het afgraven enz. door het gedaagde polderbestuur van eischers perceel, strekkende tot herstel in den vorigen toestand, op overweging dat uit het bij dagvaarding gestelde (d. w. z. eischers bezit en de onrechtmatigheid van gedaagdes handelingen) niet volgde eischers recht om van den rechter te vragen veroordeeling van het polderbestuur om ongedaan te maken een door den polder als publiekrechtelijk lichaam genomen en uitgevoerd besluit. Dit vonnis is gecasseerd door het in den aanhef van dit no. 9 vermelde arróst H. R. van 7 Mei 1915. Vgl. ook

Sluiten