Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«92 Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XIX.

H. li. 9 Mei 1902, mede in het begin van dit no. 9 geciteerd. Bij dit no. 9 vgl. ook het vorig no. 8.

ÏO. Naar aanleiding van de in no. 2 hiervóór vermelde leer van den H. R. dat de verplichting van een ambtenaar tot gehoorzaamheid aan een rechterlijk bevel alleen kan ontstaan uit stellige oplegging daarvan bij de wet of wettelijke verordening '), is er op te wijzen, dat met die leer niet vereenigbaar schijnt een rechterlijke uitspraak, die bij stilzwijgen der reet, de administratie als gedaagde veroordeelt, zonder dat daarvoor dus een andei wettelijk voorschrift kan aangevoerd dan art. 18 wet Alg. Bep. % In de onderstelling dat de rechter krachtens dit artikel wel mag uitspreken een gehoudenheid van partikulieren, die met op de wet is gegrond (hetgeen overigens betwist is; zie nader op art. 13 voornoemd), zou men de vraag kunnen doen, of dan tegenover de administratie niet hetzelfde moet gelden.' Die vraag — al moge zij als reeds ontkennend beantwoord bij de bovenvermelde jurisprudentie van den H. R. zijn te beschouwen — zou ook belang kunnen verkrijgen voor den-administratieven techter der toekomst 3), indien aan art. 84 Ontw. 1905 Wetb. v. Adm. Rv. alsnog een redaktie mocht worden gegeven, die dit niet belet, en indien de jurisprudentie aan art. 13 wet Alg. Bep. (dat bij aanneming der Ontwerpen van 1905 ook toepasselijk zal zijn op den administratieven rechter) in het algemeen de zooeven aangeduide ruime strekking wil toekennen. (Ygl. hierbij ook Boers p. 453 hiervóór geciteerd —p. 177—178). Immers,

!) Onder die stellige oplegging kan m. i. ook worden gebracht het geval dat de wet een uit te spreken bevel overlaat aan 's rechters arbitrium, dat dan aan het abstrakte wetsbevel zijn konkreeten inhoud geeft. Ook dan blijft het de wet, zooals de rechter deze toepast, waaraan door de administratie moet worden gehoorzaamd.

2) Vóór zulk ■ een rechterlijke uitspraak krachtens art. 13 wet Alg. Bepal.

verklaart zich E. v. Beresteyn in Iland. Jur.-Vereen. 1910 I p. '241T Vgl.

echter P. Zorn in Festgabe für P. Krüger (1911) p. 522.

3) Ondersteld wordt hier dat de Ontwerpen 1905 in hoofdzaak wet worden. Volgt men daarentegen het advies van A. A. H. Struycken, Administratie en Kecbter, 1910, dan verandert de zaak geheel van aanzien.

Sluiten