Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XIX.

695

p. 339, alsmede p. 164—166 — kwam in de Staten-Generaal ter sprake bij de behandeling der Oorlogsbegrooting voor 1910. Op een reklame van een kapitein tegen een hem opgelegde straf had het Hoog Milit. Ger.Hof die straf verminderd, overwegend dat klager niet ten onrechte zijn kolonel had beschuldigd van misbruik van gezag, daar de daad van den kolonel, waarop die uiting betrekking had, een ambtelijk karakter droeg, terwijl de kolonel zelf te voren had gezegd dat voor ambtelijk optreden geen grond bestond. Daarop verklaarde de Min. v. Oorlog dat hij

geen aanleiding had om aan te nemen dat door den kolonel

«

misbruik van zijn gezag was gemaakt. Dit met het doel den kolonel te zuiveren van de blaam, welke tengevolge van bovengenoemde overweging van het Hof op hem zou kunnen rusten, en om de schade af te weren, die door een verkeerd gebruik van 's Hofs dispositie (resolutie) voor de krijgstucht kon worden teweeggebracht ')• Het debat in de Staten-Generaal liep nu hierover, of deze handelwijze van den Minister, beschouwd als een reageeren tegen de overweging van het Hof, wettig èn gepast kon worden geacht 2). Zij, die deze twee uiteen te houden vragen beide ontkennend beantwoordden, beriepen zich hierop dat de overweging van het Hof het dictum zijner resolutie beheerschte en daarom volgens hen bindend was (in dien zin speciaal Sasse van Ysselt, Handn. Tweede Kamer 1.1. p. 1116—1117) en dat het niet aanging te reageeren tegen een uitspraak van den rechter, oordeelend als krijgstuchtelijk orgaan, dat als zoodanig het laatste woord moest hebben (zoo v. Hamel 1.1. p. 1301 — 1302). De tegenpartij ontkende de gebondenheid van den Min. v.

1) Zie voor de feiten in deze zaak, Bijlagen Handeln. Tweede Kamer 1909— ■1910 Begroot. Hfdst. 8 sub no. Ma (nota met bijlagen). — Vgl. ook Milit.rechtelijk Tijdschrift 6 p. 55 jis. p. 69—108, en 8 p. 127—128.

2) Vgl. Bijlagen 1.1. sub 9°. en sub 11°. p. 31, Handeln. Tweede Kamer 1909—1910 p. 1113 kol. 2—1117, 1163 kol. 2—1164 kol. 1, 1295—1296, 1301 — 1302, 1311 a. h. e—1312. Verder Voorl. Verslag Eerste Kamer met Mem. v. Antw.no. 77 ]). 4 en no. 77a p. 4; Handeln. Eerste Kamer p. 359 -360, 367, 372, 374, 379.

Sluiten