Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

696 Inleid, wet U. O. — Alg. Begins. XIX.

Oorlog aan een overweging, die zelf geen uitspraak behelsde op de reklame en een derde betrof. Zij keurde tevens het optreden van den Min. v. Oorlog goed.

M. i. werd in dit debat ten onrechte herinnerd aan de spreuk „res iudicata pro veritate habetur" door de Savornin Lohman (1.1. p. 1295—1296), die overigens voor de overwegingen van een vonnis zulk gezag niet erkende ') en den Minister bijviel. Daargelaten nog dat de zooeven bedoelde spreuk, reeds van twijfelachtige waarde voor het civiele gewijsde, m. i. in het geheel niet mag worden toegepast op een strafvonnis of disciplinaire uitspraak (zie hiervóór p. 311 v. b. met nt. 1 en p: 312 v. o. ja. p. 309) — ook daar waar gezag van gewijsde aanwezig is, staat dit niet in den weg aan het uiten eener van het vonnis afwijkende zienswijs. En deze gold het hier. Daarmee is nu echter nog niet beslist of zulk een uiting geschied door een Minister in funktie ter kritiek van de rechterlijke uitspraak of haar overwegingen, behoorlijk moet worden geacht. Met het oog op het moreele gezag eener rechterlijke beslissing, steunend op nauwgezet onderzoek, zal dit in den regel 2) niet het geval zijn. Al omvat ook het gezag van gewijsde niet mede de gronden, waarop de rechterlijke uitspraak berust (vgl. hiervóór p. 164—165 sub d) en al ontkent men het juridiek bindend karakter der in een strafvonnis of disciplinaire sententie voorkomende overwegingen, die een rechtskundige waardeering behelzen (vgl. hiervóór het slot der noot op p. 310 en p. 313 v. b.), — het desaveu van een de uitspraak beheerschende overweging moet toch het moreele gezag ook der uitspraak zelf treffen. En daaruit volgt dat, voorzoover het kritiseeren der uitspraak ongeoorloofd is of

1) Vgl. ook Milit.-rechtelijk Tijdschrift 8 p. 136.

2) Uitzonderingen kunnen echter voorkomen, en men kan volhouden dat zulk een uitzondering hier aanwezig was. Daarop behoeft te dezer plaatse echter niet te worden ingegaan. Vgl. Sabron in Milit.-rechtelijk lijdscbr. 8 p. 128, 130 136 v. b.

Sluiten