Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

698

Inleicl. wet R. O. — Alg. Begins. XX.

en in de Mem. v. Antw. op het Voorl. Versl. der Eerste Kamer, waarbij zich aansloot v. Voorst tot Voorst, Handn Eerste Kamer 1.1. p. 359—360 ja p. 379 ').

XX. Invloed door verandering der wetgeving

uitgeoefend op de rechte rlijke competentie, de samenstelling der gerechten en de vatbaarheid van vonnissen voor nadere voorziening, ten aanzien van gedingen, betreffende vóór de wetswijziging geschiede feiten 2).

§ 1

Invloed van verandering der wetgeving, die de competentie zelf regelt 3).

1. A. Over den aard der rechterlijke competentie en hetgeen

1) Bij het door dezen afgevaardigde gezegde is aan te teekenen dat het door hem geciteerde art. 42 wet 9 Juni 1902 Stbl. 89 door zijn aanhef («kan») buiten twijfel stelt de bevoegdheid der Regeering om den officier te handhaven. Vgl. ook Milit.-rechtelijk Tijdschrift 8 p. 430.

2) Dit onderwerp is door mij uitvoerig behandeld in R. Mag. 1912 p. 89—131, 423—479 en 1913 p. 235—279, waarheen ik in hoofdzaak verwijs, hier slechts opnemend wat paste in het kader dezer Inleiding, ter inlossing mijner belofte op p. XV der Voorrede. Evenals in het bedoelde opstel van het R. Mag. wordt ook in dit hoofdstuk XX ondersteld dat er geen overgangsbepaling bestaat op het punt in kwestie. Vgl. in R. Mag. 1912 p. 193 (no. 2) de opmerking omtrent het ongeoorloofde der toepassing eener overgangsbepaling op een anderen transitoiren toestand dan waarvoor zij is bestemd. — De 1.1. p. 89—90 vermelde litteratuur is aan te vullen met die nader opgegeven 1.1. p. 423, waarbij nog kunnen worden gevoegd voornamelijk de noten van Demógue in Sireï'S Recueil 1910, 2 p. 25-28 en 1911, 2 p. 131—132, alsmede die van E. Naquet aldaar 1913, 2 p. 65 en 313, en van Bonnecase aldaar 1914,2 p. 145—149. Vgl. voorts L. Duguit, Traité du Droit Constitutionnel I (1911) p. 182—184 en denzelfde in de Revue du droit public 1910 p. 764—770, G. jèze in die Revue 30(1913) p. 61—71, 231 — 249, 257 - 258, en M. Travers in Journal du droit internat, privé 1914 p. 784—786.

3) Niet te verwarren met hetgeen hieronder in § 4 wordt besproken; vgl. R. Mag. 1912 p. 423 nt. 1.

Sluiten