Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid wet R. 0. — Alg. Begins. XX.

703

op dat D. als kriterium voor deze onderscheiding (welker waarde op zich zelf hier in het midden wordt gelaten) aangeeft dat de „situation légale" heeft het karakter van „généralité" en van „permanence", dan is het duidelijk dat tot haar wèl kan worden gebracht de competentie in abstracto, maar niet die in concreto, niet dus de competentie van den rechter voor het bij hem aanhangige proces. Deze is naar het aangeduide kriterium niet een „situation objective", maar een „situation individuelle ou subjective".

9. De in het vorige no. 6 bedoelde regel moet noodzakelijk uitzondering lijden, indien de nieuwe wet het gerecht opheft, waarvoor het geding diende, zonder dit gerecht voor de hangende zaken uitdrukkelijk in stand te houden. Ygl. daaromtrent R. Mag. 1912 p. 465—467 v. b. (no. 36).

8. Het kan voorkomen dat er onder de oude competentiebepaling twijfel bestond over haar uitlegging, terwijl de nieuwe wet de oude redaktie verduidelijkt, zonder als interpretatieve wet te zijn bedoeld. Is er nu onder de oude wet gedagvaard voor den rechter, aangewezen door de nieuwe, bij welker invoering het geding nog hangt, dan heeft deze, ook al legt hij de oude wet anders uit .dan de steller der dagvaarding deed, zich niet incompetent te verklaren. Zie ten betooge hiervan R. Mag. 1912 p. 467—470 (nö. 37) ')•

®. De slotsom van het voorafgaande is deze: Bij ontstentenis van overgangsbepaling voor de tijdens de invoering eener nieuwe competentiewet aanhangige gedingen, is daarvoor competent de rechter bij wien het geding dient, indien zijn gerecht niet wordt opgeheven, en mits de voor zijn competentie gestelde vereischten aanwezig zijn hetzij naar de oude, hetzij naar de nieuwe wet.

i) Bij do daar bi. 469—470 aangehaalden is nog te voegen Speul in D. jur. Zeit. 1913 kol. 818, betredende de competentie der rechterlijke macht als geheel (Zulassigkeit des Rechtswegs).

Sluiten