Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

712 Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XXI.

volkenrechtelijk gewoonterecht aangaande de rechterlijke competentie zie Jur. D. I. P. no. 17, alwaar ook (noot 144) in dit verband een vonnis wordt vermeld van Eb. Amst. 24 April 1839 Het Regt in Ned. 2 p. 113 (115), R. B. 1842 p. 771, waarbij als tegenhanger kan worden vergeleken Rb. Rott. 15 Febr. 1912 W. 9420.

2. a. In Themis 1849 p. 313 beweerde Evertsen de Jonge dat art. 2 R. O. ook moet worden toegepast op vreemde gezanten, daar het artikel niet onderscheidt. Gelijk argument voert hij 1.1. p. 315 v. b. aan ten opzichte van art. 3 wet Alg. Bep. voor alle volkenrechtelijk gewoonterecht. Eveneens in zijn boek,

Over de grenzen van de regten van gezanten (1850) p. 78

en 86, waarbij vgl. 1.1. p. 67 en 78 v. o. — Hij bestreed de tegengestelde zienswijze van W. A. C. de Jonge, door dezen verdedigd in Themis 1849 p. 61-- 62 (vgl. p. 56) en ook voorgestaan door S. J. Hingst in de Revue de droit international et de législation comparée 1881 p. 403. In R. Mag. 1 (1882) p. 101—102 aanvaardde D. J. Jiïta voor art. 2 R. O. een restriktieve interpretatie overeenkomstig het volkenrecht, doch, inconsequent m. i., niet evenzoo voor art. 127 B. Rv. Past men ze ook op laatstgemeld artikel toe, dan verdwijnt de door Jitta t. a. p. aangenomen antinomie. — Inconsequent ook A. E. Bles in T. v. S. 8 p. 252 door wèl voor art. 3 wet Alg. Bep. en niet voor art. 153 Grw. en art. 2 R. O. restriktieve uitlegging overeenkomstig het volkenrecht aan te nemen (vgl. hieronder sub f). — Yoorart. 74 B. Rv. is restriktieve interpretatie overeenkomstig het volkenrecht toegepast door Rb. Amst. 18 Sept. 1840, geciteerd hierna in no. 34. Daarentegen is het standpunt van Evertsen de Jonge bij ons nog ingenomen door M. W. L. Melchers, De toestand van den vreemdeling in het burgerlijk proces, diss. Leiden 1879 p. 92 v. o., en ten opzichte van vreemde Staten door W. E. K. Fürnée, Wanbetaling van Staten.... diss. Amst. 1895 p. 55, gelijk mede door F. L. Kleyn, Executie van openbare gemeenschappen, diss. Leiden 1897 p. 73. Zoo ook voor ait. 153 Giw., art. 2 R. O., art. 9 wet Alg. Bep. en artt. 126—127 B, Rv. ten opzichte van vreemde Staten: de Paepe, Etudes sur la compé-

Sluiten