Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleicl. wet E. O. — Alg. Begins. XXI. 715

een gedachte, welke zij niet altijd juist weergeven. Wat het hier sub d in den aanhef gezegde betreft, van de Staten, gebonden als zij zijn aan het volkenrecht, mag niet worden ondersteld dat zij die gebondenheid hebben verwaarloosd, zoolang niet blijkt dat zij het inderdaad hebben gewild. Kan echter niet worden aangetoond dat gewild is een bepaling, met het volkenrecht onmogelijk overeen te brengen, dan zal men moeten aannemen dat de wetgever, ondanks de algemeen luidende bewoordingen zijner wet, zich niet wilde bewegen op het terrein van het volkenrecht, van welks suprematie de wet, ook stilzwijgend, uitgaat, waar zij niet uitdrukkelijk er tegen in verzet komt. En dit geldt m. i. niet enkel voor het bij het tijdstip der invoering eener bepaalde wet van kracht zijnde volkenrecht, ■— doch óók voor het volkenrecht der toekomst, waaraan de Staten immers eveneens gehoorzaamheid 2ijn verschuldigd. Te presumeeren is steeds dat de nationale wet geen belemmeringen in den weg wil leggen, noch aan de toepassing, noch aan de ontwikkeling van het volkenrecht. — De zienswijze van Evertsen de Jonge (zie hierboven sub a) kan dan ook m. i. niet als juist worden beschouwd.

e. De Hooge Raad beriep zich herhaaldelijk op volkenrechtelijk gewoonterecht. Zie de arresten van 22 Sept. 1840 W. 124, R.spr. 5 § 25, v. d. Hon. G. Z. 1 p. 198, van 29 Juni 1841 W. 245, R.spr. 8 § 71, v. d. Hon. Sr. 5 p. 372, van 30 Aug. 1850 W. 1180, R.spr. 36 § 23, v. d. Hon. Sr. 1850 II p. 81, van 12 Jan. 1858 W. 1924 fjo. 1923), R.spr. 58 § 4, v. d. IIon Sr. 1858 I p. 5, en van 12 Nov. 1861 W. 2328, R.spr. 69 § 18, v. d. Hon. G. Z. 18 p. 421, R. B. 1862 p. 385. Vgl. daaromtrent C. J. v. Nispen tot Pannekden in Themis 1855 p. 256—258, alsmede den Tex in Bijdr. tot Regtsgel. en Wetgev. 1834 p. 553 554. — De strekking der zooeven geciteerde jurisprudentie van den H. R. is m. i. ten onrechte in de boven sub b genoemde dissertatie van v. Eysinga p. 177 ja. 176 aldus voorgesteld, als zou daarbij zijn meening worden gehuldigd dat het ongeschreven volkenrecht, gelijk hij het uitdrukt, derogeert aan de nationale wet. Bedoelde arresten passen zeer goed bij de leer

Sluiten