Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

716

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XXI.

dat de Nederlandsche wet, voorzooveel noodig, restriktief overeenkomstig het volkenrecht is uit te leggen ').

f. Tegen het hierboven voorgestane standpunt kan, wat het volkenrechtelijk gewoonterecht betreft, geen argument worden geput uit art. 3'wet Alg. Bep. Veeleer zal omgekeerd dit artikel restriktief zóó zijn uit te leggen dat het niet met het volkenrecht in strijd komt, en dat het dus niet kan bedoelen de kracht van het volkenrechtelijk gewoonterecht voor Nederland te ontkennen. Het zou dan ook een enormiteit zijn, had de Nederlandsche wetgever, die uitteraard over de kracht van internationale gewoonten als rechtsbron van volkenrecht niets te zeggen heeft, toch in gemeld artikel het volkenrechtelijk gewoonterecht met het nationale op één lijn gesteld. Uit de geschiedenis van het voorschrift blijkt dat dit inderdaad zijn strekking niet is. Hoe men ook denke over de uitgebreidheid van het veld, dat in ons eigen recht door art. o wet Alg. Bep. wordt bestreken 2), — de aanmatiging om aan volkenrechtelijk gewoonterecht de kracht te ontzeggen tot het „geven" van recht, mag aan genoemde bepaling niet worden toegeschreven. En het zou ten deze niet baten, indien men zeide : art. 8 brengt mede dat volkenrechtelijk gewoonterecht in Nederland geen recht geeft3). Het volkenrecht is niet van zelf tevens nationaal recht (zie hierboven sub c), en het behoudt ook voor het land, waar het niet mede als nationaal recht geldt, desniettemin zijn volle kracht. Den Nederlandschen Staat, dus ook den Nederlandschen wetgever, bindt het volkenrechtelijk gewoonterecht, al moest men in art. 3 wet Alg. Bep. lezen dat dit gewoonterecht in Nederland geen recht

1) H. R. 8 Febr. 1915 W. 9792, N. Jur. 1915 p. (355, liet in het midden of juist is de toen geopperde bewering' dat, in geval van strijd tusschen wet en traktaat, het traktaat den voorrang heeft boven de wet, met gevolg dat de toepassing van die wet dan achterwege zou moeten blijven.

2) Zie hiervóór p. 578—579 noot.

3) Vgl., ten aanzien van art. 5 wet Alg. Bep., Hof 'sGrav. 5 Febr. 1906 W. 8338, P. v. J. 516, overwegend dat dit artikel slechts een bindenden regel behelst voor nationaal, niet voor internationaal recht.

Sluiten