Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XXI.

723

van internationale regels over de jurisdiktie). Of zou het arrest van 1911 (zie W., etc. 1.1.) zoo moeten worden opgevat dat de beantwoording der jurisdiktie vraag daarbij afhankelijk werd gesteld van de regels, welke naar internationaal privaatrecht aangeven het toepasselijke materieele recht? Het is niet waarschijnlijk dat dit de zienswijze was van den H. R., en zeker zou zij onjuist zijn; zie daaromtrent Jur. D. I. P. no. 26. Echter neemt het arrest van 1911 ook bij de andere lezing m. i. een verkeerd standpunt in. De jurisdiktie onzer rechterlijke macht steunt onmiddellijk op onze wet, niet op onbeschreven rechtsbeginselen. Indien de H. R. deze laatste ook aan de jurisdiktie ten grondslag wilde leggen, kan hij niet hebben ondersteld het bestaan op dit punt van een Nederlandsch gewoonterecht, dat immers slechts zou kunnen worden gedistilleerd uit de vroegere jurisprudentie, welke juist huldigde het in 1911 door den H. R. verworpen stelsel, waarnaar de bepalingen op de relatieve competentie tevens als jurisdiktie-voorschriften fungeeren. Wel kan de jurisdiktie middellijk steunen op onbeschreven regels van volkenrecht, inzoover n.1. de Nederlandsclie wet overeenkomstig die regels is uit te leggen; vgl. hiervóór no. 2 subd. Maar dan moet toch eerst het bestaan van een bepaalden volkenrechtelijken regel over de jurisdiktie kunnen worden aangetoond. Een verwijzing naar niet beschreven rechtsbeginselen zonder meer geeft geen enkel houvast. De vooral in de buitenlandsche litteratuur en jurisprudentie voorgestane internationale jurisdiktie-regels, die meestal worden gerekend te behooren tot het internationaal privaat recht, zijn niet alleen geen regels van volkenrecht, dóch in het geheel geen bindende rechtsregels; enkel uit het lirein der schrijvers ontsproten, hebben zij m. i. ook slechts een hersenschimmig bestaan. Zie nader op dit punt Jur. D. I. P. nos. 26—27; vgl. ook Kosters 1.1. p. 29—30, 43 '). Wie het geloof aan het bestaan der zooeven bedoelde internationale regels van jurisdiktie mist, komt vanzelf terecht bij

!) Zie dezen schrijver 1.1 p. 37 j's. 3 en 43 over het arrest van 1911.

Sluiten