Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

726

Inleid, wet Iï. O. — Mg. Begitis. XXI.

jurisdiktie naar nationaal en naar internationaal recht, aldaar no. 30; — 3°. over sommige onjuiste stelsels, door enkele schrijvers voorgestaan ten opzichte der z.g. internationale jnrisdiktie-regels (o. a. door Eyssell, in den aanhef van dit no. 7 geciteerd, p. 9 j's. 3 en 15), Jur. D. I. P. nos. 31—33.

Uit het in dit no. 7 gezegde volgt dat de praktijk weinig heeft aan, op zich zelf overigens juiste, overwegingen die meermalen voorkomen in de Nederlandsche rechtspraak (gelijk ook in de Fransche, vgl. Jur. D. I. P. noot 268) dat jurisdiktie is een uitvloeisel van de soevereiniteit, en dat zij zich niet verder uitstrekt dan de grenzen van het Rijk. Deze overweging vindt men b.v., met de omschrijving dat de jurisdiktie is beperkt tot eigen territoir en eigen onderdanen (omvattend de z.g. subditi temporarii, waarover vgl. Jur. D. I. P. noot 256) in het vonnis van Rb. Rott. 10 Jan. 1880 "W. 4477, R. B. 1880 A p. 304, P. v. J. 1880 Bijbl. 6. Zie ook de vonnissen dierzelfde Rechtbank van 6 Nov. 1871 W. 3417 en van 12 Juni 1871 W. 3377, waarbij het enkel verblijf in Nederland werd geacht mee te brengen onderwerping aan de Nederlandsche jurisdiktie. "Vgl. voorts Rb. Amst. 10 Dec. 1847 W. 944 p. 361, R. B. 1848 p. 14, en Rb. Rott. 31 Juli 1857 W. 1881, R. B. 1858 p. 114, R.spr. 58 § 3, vernietigd door Hof Z.-Holland 29 Sept. 1857 W. 1895, R. B. en R.spr. 1.1., op overweging dat het ten deze niet gold uitoefening van macht buiten het territoir van den geadieerden rechter, tegen welk arrest de cassatie werd verworpen door het in den aanhef van dit no. 7 geciteerde van H. R. 8 Jan. 1858. — In den geest der zooeven vermelde vonnissen der Rechtbank te Rotterdam, ook Rb. Breda 25 Sept. 1883 W. 4952, en in appèl Hof 's Hertog. 17 Juni 1885 W. 5271; Rb. Maastr. 28 Jan. 1897 (zie W. 7018 p. 1 kol. 2 onder Hof's Hertog. 22 Juni 1897).

Mede in dien zin Hof 'sGrav. 7 Mei 1900 W. 7464, P. v. J. 1900 no. 82 (gecasseerd door H. R. 21 Juni 1901, op p. 722, noot, geciteerd), en Rb. Middelb. 17 Okt. 1900 W. 7525, W. v. N. R. 1625, vernietigd door Hof 'sGrav. 20 Jan. 1802 W. 7778, P. v. J. 156. Laatstgemeld arrest overwoog dat de bevoegdheid tot recht-

Sluiten