Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, icet B. 0. — Alg. Begins. XXI. 721

spraak niet moet worden afgeleid uit soevereiniteitsrechten over personen, maar gebonden is aan het bestaan van een binnen het gebied van den Staat des rechters zich voordoend, met de ingestelde vordering samenhangend belang, en aan de mogelijkheid tot executie binnen genoemd gebied. M. i. heeft men niet veel aan deze overweging. Zonder belang zal zelden worden geprocedeerd, en als het aanwezig is, doet het zich dan niet vanzelf voor daar, waar het geding wordt gevoerd ? Meent men dat het Hof enkel doelde op het materieele belang van partijen bij hun proces, dan worde gevraagd : is dat belang aan een plaats gebonden? Mij dunkt dat het antwoord, althans vaak, ontkennend zal moeten luiden. Maar dan kan ook niet worden gezegd binnen welk gebied bedoeld belang zich voordoet, of men zal het overal aanwezig moeten achten. De bijvoeging in het arrest over de executie is in. i. onjuist; men denke aan een sententia declaratoria. Buitendien is bij de beslissing over de jurisdiktie meestal niet te zeggen of de door het Hof bedoelde mogelijkheid van executie, indien op dat oogenblik niet aanwezig, ook later niet zal ontstaan. — "Voor het overige gaat het hier bedoelde arrest met de meerderheid der nieuwere Nederlandsche jurisprudentie uit van het standpunt dat de Nederlandsche jurisdiktie ruim moet worden opgevat. Ygl. voor deze jurisprudentie en de litteratuur nog Léon—v. Rossem (en Supplementen) no. 1 op art. 127 B. Rv. ja. p. 837 op art. 314.

B. In bizondere omstandigheden.

8. Bestaat er een volkenrechtelijke regel, die meebrengt dat de jurisdiktie naar aanleiding van voorvallen op een schip in volle zee bij uitsluiting toekomt aan den Staat, wiens vlag het schip voert ? Sommigen beweren dit, zoowel voor civiele als voor strafzaken (omtrent deze laatste zie hierna no. 14 jis. nos. 15 en 16), terwijl dan uitzonderingen worden aangenomen ten aanzien van geschillen over hulploon en aanvaringen. Maaide regel zelf schijnt onbewijsbaar. Ygl. nader Jur. D. I. P. 110. 35. Zie aldaar no. 36 tegen den Beer Poortug-ael (in no. 3 hiervóór

Sluiten