Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet B. O. — Alg. Begins. XXI.

731

onroerend goed in het buitenland. Het wordt echter te dezer plaatse vermeld met het oog op de mogelijkheid dat gelijke kwestie zou rijzen ten opzichte van onroerend-goed in den vreemde.

b. Voor Nederland heeft, bij het bestaan van art. 126 lid 8 B. Rv., de hierboven sub a genoemde regel zelf praktisch minder belang dan het beginsel waarop hij steunt. Naar dit beginsel toch zijn m. i. ook te behandelen vorderingen tot scheiding en deeling van gemeenschappen, omvattend buitenlandsch onroerend goed. Hieromtrent vgl. nader .Jur. D. I. P. no. 42, alwaar de buitenlandsche, speciaal de nieuwere in anderen zin luidende Fransche, jurisprudentie en de litteratuur worden vermeld.

Indien, gelijk m. i. het geval is, geen rechter, tegen den wil der gerechtigden tot het goed, het bevel tot verkoop buiten een der betrokkenen om, van een in het buitenland gelegen onroerend goed mag geven J), dan volgt daaruit dat praktisch noodzakelijk is de, overigens nagenoeg algemeen aangenomen, competentie des rechters tot zulk een bevel, waar het geldt in diens eigen land gelegen onroerend goed, ook al behoort dit tot een in het buitenland. opengevallen nalatenschap. Vgl. b.v. de beschikking van Rb. 'sGrav. d.d. 3 Dec. 1909 W. 9128. Toen wenschten buitendien partijen eenparig den verkoop, zoodat de Rechtbank, hoewel dezen verkoop formeel bevelend, materieel niet over het goed beschikte, doch enkel op verzoek van partijen haar sanktie gaf aan de door henzelf noodig geachte en materieel dan ook door hen te verrichten beschikking over het goed.

§ 3.

Invloed van het volkenrecht op de nationale jurisdiktie voor strafzaken, buiten de z.g. .exterritorialiteit.

A. In het algemeen.

1J5. Waar, gelijk bij ons, de regel geldt: nullum delictum,

l) In de zaak beslist door lib. Breda '18 Nov. 1890 W. 5951, W. v. N. R. 1107, was er sprake van een bevel tot verkoop, door alle belanghebbenden verlangd. Vgl. bij deze beschikking' die van Rb. Leeuw, van Sept. 1902 W. 7845, W. v N. li. 1730, en E. M. M(eijers) in W. v. N. li. 2359 p. 137 sub IV.

Sluiten