Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

732 Inleid, wet R. O. - Alg. Begins. XXI.

nulla poena, sine praevia lege poenali, en waar tevens de strafrechter enkel de eigen nationale strafwet toepast "), daar valt de vraag naar de door het volkenrecht aan de nationale jurisdiktie in strafzaken gestelde grenzen praktisch samen met die naar de grenzen, door gemeld recht gesteld aan de heerschappij der nationale strafwet 2). Immers enkel krachtens deze laatste wet kan dan de nationale rechter straf opleggen. Gevolg hiervan is dat zeer zeker bij gemis aan bedoelde jurisdiktie naar volkenrecht, in verband met de op grond van het volkenrecht aan de strafwet te geven beperkende uitlegging (vgl. zoowel art. 8 Swb. als hiervóór no. 2, speciaal sub d) — gelijk m. i. trouwens in het algemeen bij ontstentenis van strafjurisdiktie — incompetentie van den strafrechter en niet-ontvankelyjkheid van het Openbaar Ministerie eveneens hand aan hand gaan. En daar beide hiei steunen op dezelfde gronden, is het m. i. te formalistisch om, zooals is geschied in den aanhef dér concl O. M. vóór H. R. 15 Juni 1886 W. 5313, R.spr. 143 § 31, v. d. Hon. Sr. 1886 p. 145, alsmede door Hoogger. Hof N.-Ind. 18 Nov. 1914, Het R.echt in Ned.-Indië 103 p. 476, te zeggen dat aan de incompetentverklaring de uitspraak der zooeven bedoelde niet-ontvankelijkheid en der daaruit voortvloeiende buiten-vervolging-stelling van beklaagde niet zou mogen worden toegevoegd. De rechter is dan m. i. enkel bevoegd tot de genoemde uitspraak, door welke hij zich niet inlaat met de zaak zelf. Dit brengt mee dat, wordt gebruik gemaakt van art. 153 Sv. en beklaagde in het ongelijk gesteld, ook als hij enkel de niet-ontvankelijkheid van het O. M. op den hier bedoelden grond heeft beweerd, art. 354 lid 2 en niet lid 1 Sv. toepasselijk zal zijn: de beslissing is noodzakelijk mede eene over (on)„bevoegdheid". — Men vergelijke bij het bovenstaande de in 1889, buiten verband met het volkenrecht,

1) Daargelaten oj> die strafwet berustende uitzonderingen; vgl. C>. A. V. Hamel,

Inleid Ned. Strafr., 3e ed. p. 169.

2) Over den samenhang van volkenrecht en internationaal strafrecht vgl. de bij Mkili, Lehrb. des internat. Strafrechts und Strafprozessrechts (1910) p. -H—12 ,ja. 16 v. b. geciteerden.

Sluiten