Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XXI.

787

§ 4-

Het leerstuk der volkenrechtelijke immuniteit van jurisdictie of exterritorialiteit buiten traktaat ').

19. a. Over de terminologie en de ftkHes van territoriaüteit en van exterritorialiteit zie, uitvoeriger <Uu hier daarbij kan worden stilgestaan, Jur. D. I. P. nos. 49—54. Vgl. over de verschillende beteekenissen, die het woord „territorium" had in het Middeneeuwsche en latere Latijn (o. a. bij H. de Groot): t. a. p. bl. 160—161. --- Ygl. voorts over het gebruik van den terra exterritorialiteit, J. B. Bkeukelman in R. Mag. 26 (1907) p. 148—149. b. Wat betreft de fiktie: schip is territoir in volle zee, is

in de Tweede Kamer krachtens volkenrecht gelijk zou staan. En ook de meening van D. Simons, Leerb. v. h. Ned. Strafr. I, 2'' ed. (1910) p. 72 noot 2, dat de beantwoording der vraag' zou afhangen van de wet van den vlag-Staat, kan m. i. niet worden aanvaard. Ik laat daar of het wel voorkomt, dat elders een wet de fiktie schip is territoir in volle zee, voor de schepen van des wetgevers Staat behelst. Ook al mocht dit niet het geval zijn, Simons' formuleering zou kunnen worden verruimd, zoodat zij óók zag op het gewoonterecht van vreemde Staten. Maar het komt ten deze aan op de uitlegging te geven aan ons art. 5 110. 2, en m. i. is er geen enkel motief om die uitlegging te doen afhangen van den inhoud van uiteenloopend buitenlandsch positief recht. Men voere niet als argument aan dat toch de rechtspositie van een schip is te beoordeelen naar het objektieve recht, van den vlag-Staat. Dit is wel zoo ten opzichte van de rechtsbetrekking, waarin het schip zich tot dien Staat bevindt, zoodat ook de vraag óf het. schip voor de bevoegdheden, dien Staat ten aanzien van het schip toekomend, als diens territoir is te beschouwen, eventueel zou zijn te beantwoorden naar het positieve recht van bedoelden Staat. Doch, al is dan naar dat recht het schip territoir, daaruit volgt niet. dat het ook «land» is in den zin van ons art. 5 Swb. — Tegen Simons vgl. ook Noyon 1.1. p. 71 nt. 1.

!) Verband hiermee houdt zoowel de rechterlijke beoordeeling' van vreemde bestuursdaden (waarover vgl., behalve hiervóór de noot, op p. 500—502, no. 32 hieronder) als de executie van vonnissen gewezen tegen exterritoriale personen, speciaal in de gevallen dat de lokale rechter bij uitzondering jurisdiktie over hen heeft (voor andere gevallen vgl. hierna no. 44, verwijzend naar Jur. D. I. P. no. 278, p. 566—567). De executie-kwestie wordt hier stilzwijgend voorbijgegaan, als in Nederland niet direkt de jurisdiktie zelf betreffend; vgl. over dit onderwerp hieronder no. 33, verwijzend naar Jur. D. I. P. nos. 127—163,

47

Sluiten