Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleicl. ivet R. O. — Alg. Begins. XXI.

739

W. A. Reiger, Over den volkenregtelijken regel „schip is territoir", diss. Gron. 1865, p. 232—233 jis. 182 — 192 en 209; L. E. Visser (in no. 3 hiervóór geciteerd) p. 251—252 (vgl. 1.1. p. 253); J. H. Fërg-uson (t. a. p. mede geciteerd) 1 p. 441—443, 448, en de Louter, Volkenrecht I p. 408—409. Deze laatste verwerpt ook (I p. 422) de fiktie voor oorlogsschepen. Insgelijks Visser 1.1. p. 258—261. Tot op zekere hoogte eveneens tegen de fiktie R. G. Philipson, Over den volkenregtelijken regel ,jSchip is territoir", diss. Utrecht 1864, p. 292. Doch deze schrijver blijft zich niet overal gelijk, althans drukt hij zich niet steeds ondubbelzinnig uit.

Over buitenlandsche jurisprudentie, litteratuur en uitlatingen ' van vreemde Regeeringen, zoowel betreffende private als publieke schepen, vóór en tegen de fiktie van territorialiteit, vgl. Jur. D. I. P. no. 53.

c. De fiktie van exterritorialiteit is in Nederland gehuldigd voor vreemde gezanten door Rb. Amst. 26 Juni 1850 W. 1151, R. B. 1850 p. 607 ; voor het gezantschapsgebouw door Rb. 's Grav. s. d. W. 2168 p. 4 kol. 3; wèl voor den gezant, doch niet voor het gezantschapshotel door Rb. Leiden s. d. W. 1076. — Hoog Mil. Ger. Hof 7 Dec. 1853 W. 1500, R. B. 1854 p. 26 verwierp deze fiktie voor een vreemd consulaatsgebouw, waarvoor zij trouwens ook door hen, die haar overigens voorstaan, in het algemeen niet wordt erkend. Zie voorts in W. B. A. 3193 p. 1—2 de curieuse briefwisseling tusschen onzen Min. v. Fin. en de Algemeene Rekenkamer op dit punt. Rb. 's Grav. 3 Febr. 1914 W. 9628, W. v. N. R. 2323, Per. Verz. Besliss. Ned. Staatswetten 1 p. 237, spreekt van het vroeger wel verdedigde standpunt dat de gezantschapswoning in het buitenland als het ware een enclave van het grondgebied van den zend-Staat zou vormen. Dit vonnis overwoog in een belastingzaak dat de woonplaats van een gezant is te bepalen naar de wet van den zend-Staat, omdat alléén die wet de rechtsverhouding tusschen bedoelden Staat en zijn gezant regelt, zoodat, is de laatste woonplaats vóór het begin der missie niet in den zend-Staat, zij ook tijdens de missie in het buitenland

Sluiten