Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

740

Inleid, wet R. 0. •— Alg. Begins. XXI.

is gebleven. Verder was de Rechtbank van oordeel dat de bizondere plaats, die de gezant inneemt in den ontvang-Staat, vooral ten aanzien van jurisdiktie en belastingen, wel een gevolg is van zijn verhouding tot dien Staat, doch niet van een volkenrechtelijk beginsel, waarnaar een gezant woonplaats zou hebben in den zend-Staat. — Dit laatste wordt intusschen door verschillende schrijvers over volkenrecht anders voorgesteld. Maar kennelijk denken zij aan het gewone geval dat de gezant naaide wet van eigen land daar zijn woonplaats heeft. De volkenrechtelijke regel, waarop zij doelen, gesteld dat het bestaan er van op hun gezag is aan te nemen, schijnt dan ook eerder een negatieven dan een positieven inhoud te hebben : de wet, hetzij die van den ontvang-Staat, hetzij die van den Staat, welke den gezant uitzendt, mag niet bepalen dat zijn woonplaats door het aanvaarden van zijn ambt wordt overgebracht naar den ontvangStaat. Dit nu zal vanzelf wel niet geschieden, maar zou het volkenrechtelijk verboden zijn?

Op het punt der fiktie van exterritorialiteit vgl. nog Red. in W. 8338 p. 4 kol. 2 ; v. Hamel, Inleiding... 3e ed. p. 187 en 188 sub 3°. i. f. ja. noot 3 i. f. ; Tasset 1.1. p. 25—27, en J. A. v. Royen, De fictie der Exterritorialiteit, diss. Gron. 1885, speciaal p. 36, 47—50 jis. 70—71. v. Royen is inconsequent: vgl. 1.1. p. 47 met p. 36 en 50. — Over de hier bedoelde fiktie zie nader Jur. D. I. P. no. 54.

18. Over strekking en omvang der exterritorialiteit (in den zin van immuniteit van jurisdiktie naar volkenrecht) alsmede over den rechtsgrond, zoowel van haarzelf als van de uitzonderingen, die er op bestaan, zie in het algemeen Jur. D. I. P. nos. 55—68. — Bij de aldaar in noot 479 aangehaalde, ook Nederlandsche, schrijvers over de vraag of de materieele strafwet toepasselijk is op vreemde gezanten (n.1. G. A. v. Hamel, Noyon, de Louter en Tasset) zijn nog deze oudere te voegen : de Martini, De Nederlandsche Wetgeving (1840) p. 128, aanteek. i sub 4 op art. 8 wet Alg Bep., en J. S. Vernède, Handleid. tót de Nederl. wetgeving (1824) p. 6, aanteek. 3 op gemeld

Sluiten