Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

742 Iuleid. wet R. 0. — Alg. Begins. XXI.

1727 en 19 Juni 1681, alsmede ten opzichte van het personeel der vreemde legaties, op de missive van den Min. v. Fin. d.d. 12 Febr. 1908 P. W. 10151. Bij deze laatste wordt vrijdom van successie-belasting aangenomen, mits het geldt burgers van den zend-Staat. Dus worden daar burgers van een derden Staat uitgesloten. Waarom? (Vgl. Jur. D. I. P. noot 622).

b. Over het geval dat een vreemd exterritoriaal persoon hier een Nederlandsch ambt zou bekleeden vgl. Jur. D. I. P. no. 76. — Over de exterritorialiteit van den zooeven bedoelden persoon, die hier voogd is,: curator of executeur-testamentair, of die een dergelijke funktie waarneemt, indien hij in die funktie wordt aangesproken in rechte, vgl. t. a. p. no. 77.

c. Over het geval dat éénzelfde persoon lid is eener vreemde legatie en consul eener buitenlandsche mogendheid vgl. t. a. p. no. 78.

31. Over de uitzondering op de immuniteit van jurisdiktie voor zakelijke vorderingen betreffende onroerend goed, en over de vraag of er op die uitzondering weer onder-uitzonderingen zijn aan te nemen, zoodat de exterritorialiteit wèl aanwezig zou zijn bij zoodanige vorderingen, a aangaande de gezantschapswoning, en b in geschillen tusschen Staten en staatshoofden onderling over onroerend goed gelegen in 's rechters Staat, indien laatstbedoelde Staat of zijn hoofd daarbij zelf partij is — zie t. a. p. nos. 79 en 80. — Zie voorts over de hier in no. 21 vermelde uitzondering als niet uit té breiden tot roerend goed noch tot andere dan zakelijke vorderingen, t. a. p. nos. 81 en 82.

1818. Over een uitzondering aan te nemen bij onteigening ten algemeenen nutte en soortgelijke gevallen zie t. a. p. no. 83.

83. Over de vraag, of er een uitzondering bestaat voor geschillen ter zake der scheiding eener gemeenschap en bij rangregelingen, zie de (bevestigende) beantwoording t. a. p. no. 84.

84. Over de (1.1. ontkennend beantwoorde) kwestie of er een uitzondering is aan te nemen voor het geval dat tegen een exterritoriaal persoon wordt geageerd, hetzij wegens zijn op zich zelf staande handelsschulden, hetzij ter zake dat hij als koopman

Sluiten