Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. O. ■— Alg. Begins. XXI. 745

bedienden der gezanten, en no. 111 over het geval van twijfel bij den rechter aan het bestaan der toestemming.

31. Over de immuniteit van jurisdiktie indien, buiten het aanhangig geschil om, des rechters Staat op gespannen voet is met den bij het proces betrokken Staat, vgl. Jur. D. I. P. no. 112.

38. Over rechterlijke beoordeeling van vreemde bestuursdaden in verband met de exterritorialiteit zie hiervóór de noot op p. 500—502, en uitvoeriger Jur. D. I. P. nos. 113—126. Daarvan no. 121 voornamelijk over hetgeen vreemde consuls q.q. deden. Hieromtrent overwoog terecht Rb. Middelb. 8 Dec. 1869 R. B. 1872 p. 778, op een eisch tot schadevergoeding tegen een vreemden consul wegens diens ambtsdaad ingesteld — waartegen gedaagde een exceptie van incompetentie had opgeworpen, ontleend aan het ambtelijk karakter zijner handeling—■ dat bedoeld punt niet in onmiddellijk verband stond tot de voorgestelde exceptie van incompetentie, doch den grond der zaak betrof. In dezelfde aangelegenheid heeft Rb. Middelb. 21 Sept. 1871 1.1. p. 779 de bewering dat de consul onbevoegdelijk zou zijn opgetreden onderzocht, doch ongegrond bevonden. Ygl. nadere opmerkingen hierover in Jur. D. I. P. no. 121. — Zie voorts aldaar nos. 122—123 over ambtsdaden van ex-gezanten en gewezen staatshoofden, no. 124 over strafbare handelingen van vreemde ambtenaren. Ten opzichte van deze laatste is op te merken dat een beroep op art. 48 Swb. den vreemden ambtenaar niet zou toekomen. Evenals art. 42 Swb. enkel het oog heeft op een Nederlandsch wettelijk voorschrift (vgl. mijn dissertatie, De beteekenis van „wettelijk voorschrift" in het Wb. v. Sr., Leiden 1890, p. 59—60, waarmee op dit punt instemt v. Hamel, Inleid., 3e ed. p. 302 v. o.) — moet ook art. 43 zien op het bevel van een Nederlandsch ambtenaar ; zie implicite in dien zin v. Hamel 1.1. p. 305 sub 6°. Voor den vreemden ambtenaar kan bij het zwijgen onzer wet een recht op straffeloosheid enkel volgen uit een volkenrechtelijken regel, indien deze is aan te wijzen (vgl. art. 8 Swb.). — Jur. D. I. P. no. 125 handelt over 's rechters beoordeeling van vreemde bestuursdaden ter gelegenheid zijner uit-

Léon: Rechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1 47»

(Mr. L. van Praag, Recht. Org.)

Sluiten