Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XXL

751

e. Bij de in Jur. D. I. P. noot 1228 aangehaalden over de vraag, welke rechter competent is in het land, tegen wiens gezant moet worden geprocedeerd, vgl. nog v. H(all) in Ned. Jaarb. v. Regtsg. en Wetg. 1850 p. 162—163.

f. Over z.g. agenten of commissarissen (de Duitschers spreken van Halbdiplomaten) vgl. Jur. D. I. P. no. 222. Over de exterritorialiteit van den gezant in een clerclen Staat, t. a. p. no. 227. Over de koeriers van vreemde gezanten, t. a. p. no. 228.

g. Over de exterritorialiteit van bet z.g. officieele gevolg der gezanten (o. a. de gezantschapssekretaris, gezantschapsraden, gezantschapsattachés, ook militaire attachés in vredestijd) vgl. Jur. D. I. P. no. 229. Van Nederlandsche schrijvers vgl., behalve Ev. de Jonge, t. a. p. in noot 1263 geciteerd, nog K. in W. 8338 p. 3 kol. 3—4, en R. Adv. 4 p. 14.

li. Over de exterritorialiteit van bet z.g. niet-offtcieele gevolg buiten de bedienden (daartoe behooren o. a. de partikuliere sekretaris van den gezant, zijn lijfarts, zijn geestelijke, de goeverneur zijner kinderen, zangers in de kapel van het gezantschap) zie Jur. D. I. P. no. 230. — Het hierboven sub c vermelde vonnis Ktg. 'sGrav. van 1869 nam, met beroep op H. de Groot en anderen, de exterritorialiteit aan van het gevolg der vreemde gezanten. Het gold hier een zanger bij de Russische kapel, en de Kantonrechter overwoog dat uit een briefwisseling tusschen onzen Minister van Buitenlandsche Zaken en den Russiscben gezant volgde, dat beiden als beginsel van volkenrecht erkenden de exterritorialiteit van hen, die in dienst eener legatie zijn. Deze laatste uitdrukking was intusschen minder gelukkig gekozen, omdat juist het [dienstpersoneel der legatie zelf geen exterritorialiteit heeft, indien het niet behoort tot het gevolg van den gezant; vgl. Jur. D. I. P. no. 233.

i. Over de exterritorialiteit der bedienden van vreemde gezanten zie Jur. D. I. P. no. 231, waarbij vgl. nos. 232 en 233 over bedienden van het z.g. officieele gevolg, en over die verbonden aan de legatie als zoodanig.

j. Over de exterritorialiteit der gezinsleden van vreemde

Sluiten