Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

754

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XXI.

toekomt aan de rechterlijke macht van den vlag-Staat. Maallatere arresten van den H. R. gewaagden enkel van het avis van 1806 '), en wel als van een in Nederland geldende wet: zie H. R. 12 Nov. 1861 (vermeld hiervóór in no. 2 sub e); H. R. 24 Juni 1862 (zie hiervóór no. 5); H. R. 3 Maart 1863 AV. 2467 p. 1—2, R-spr. 73 § 41, v. d. Hon. Sr. 1863 p. 64; H. R. 28 Maart 1871 (vermeld hiervóór in no. 5), en H. R. 25 Nov. 1872 (zie hiervóór no. 12). Ygl. ook hiervóór no. 5. — In onze tegenwoordige jurisprudentie is mij geen beslissing bekend, waarbij de leer van het avis van 1806 als volkenrecht wordt beschouwd. Ygl.'Rb. Middelb. 24 April 1893 AV. 6363 betreffende een zware mishandeling met doodelijk gevolg door èn tegen een lid der equipage van een Engelsch privaat schip in de Vlissingsche binnenhaven gepleegd. Uit dit vonnis blijkt niet dat de hulp onzer justitie van het schip uit zou zijn ingeroepen (zie het avis van 1806). De Rotterdamsche Rechtbank heeft, naar mij van welingelichte zijde is verzekerd, meermalen een veroordeeling uitgesproken ter zake van strafbare feiten, o. a. diefstal, gepleegd aan boord van vreemde schepen in een Nederlandsche haven door en tegen leden der bemanning, zonder te vragen of de hulp der plaatselijke justitie van het schip uit was ingeroepen. AVegens art. 8 Swb. volgt hieruit dat gemelde Rechtbank de uitzondering, in het Fransche avis van 1806 bedoeld, niet als volkenrecht heeft aanvaard.

Over de speciaal door Nederland op het jn dit no. 41 behandelde punt gesloten traktaten vgl. Jur. D. I. P. noten 1417—1419, waaruit blijkt dat in het Rijk in Europa (dus de koloniën en overzeesche bezittingen hier buiten rekening gelaten) de consuls van Brazilië, Italië, Japan, Portugal en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika voor de schepen dier landen toepassing deibeginselen van het avis van 1806 kunnen verlangen, terwijl die van Spanje, en krachtens de clausule der meestbegunstigde

!) Op die binnenwateren, welke niet zijn gelijk te stellen met een haven als in het avis bedoeld, was dit avis niet toepasselijk; vgl. Hof Z.-Holl. 11 Maart •1864 W. 2574.

Sluiten