Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

760

Inleid, wet R. O. — Diverse onderwerpen.

p. 10-19, 129—133; 30 p. 863—866; 33 p. 231—246, waar litteratuur wordt aangehaald; Gerichtssaal 82 p. 445 — 446, 455 —456; Monatsschrift für Kriminalpsychologie 5 p. 593 — 602, alsmede W. Mittermaier u. M. Liepmann, Schwurgerichte u. Schöffengerichte (1908—1911). — Voor verdere geschriften over jury en schepenen in Duitschland vgl. den katalogus der bibliotheek van het Departement van Justitie (1908) p. 245, en le Vervolg (1912) p. 55—56. — Over leekenrechtspraak zie voorts F. Ernst, Berufsrichter u. Volksrichter in der Strafrechtspflege (1911: vgl. Archiv für Kriminal-Anthropologie 42 p. 181); R. Stammler, Theorie der Rechtswiss. (1911) p. 712; E. R. Bierling, Jurist. Prinzipienlehre 4 (1911) p. 359, 364—365; E. AVarschauer. Das Rechtsgefühl des Volkes mit besonderer Berücksichtigung des sChwurgerichtlichen Gedankens (1912); Handbuch der Politik I (1912) p. 319—322, 355—364.

c. Garsonnet, Traité.... de proc. I, 3e ed. (1912) no. 43; R. Bordeaux, Phiiosophie de la proc. civile (1857) p. 272—281, met aanhaling van vroegere litteratuur; H. Speyer in The Law Quarterly Review 23 no. 92 p. 420—431; vgl. ook A. MendelssohnBartholdy, Das Imperium des Richters (1908) p. 36, 156—157. — Zie nog den boven onder b geciteerden katalogus van het Dep. v. Just. Ie Vervolg p. 57. — Voorts de strafrechtelijke bibliographie van L. D. Petit in de verschillende jaargangen van het Tijdschr. voor Strafr. onder „Formeel Strafrecht, Onderwerpen van algemeenen aard, Rechterlijke inrichting en absolute bevoegdheid". — Over leekenrechtspraak komen opstellen voor in Das Recht, de Deutsche Riehterzeitung, de Allgemeine österreichische Gerichtszeitung en andere hier te lande minder toegankelijke periodieken.

Vgl. ook hieronder de rubriek Fb.

B. Vrouwen als rechters.

De vraag of naar ons positief recht vrouwen benoembaar zijn bij de rechterlijke macht, is, cf. concl. O. M. in W. 9770, N. Jur. 1915 p. 492 (welke conclusie speciaal verwijst naar art. 622 lid 2 B. Rv.) ontkennend beantwoord door Hof Leeuw. 21 April

Sluiten