Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. O.' — Diverse onderwerpen.

767

p. 383—384. Voorts D. Jur. Zeit. 1908 kol. 721—728 (over klassen-justitie); 1911 kol. 177—185; 1914 kol. 799.

b. Rechter en openbare meening.

Zie op dit punt W. 9167 p. 4, 9171 p. 4, 9180 p. 4 kol. 2, 9198 p. 4; D. .Jur. Zeit. 1909 kol. 153; 1911 kol. 788 <92, 862—864, 1144.

G. Onafhankelijkheid des rechters.

Zie o. a. Faube, Proc.r. I, 3« ed. p. 145—151; W. 9026 p. 4 kol. 2; D. Jur. Zeit.1911 kol. 1008—1012, 1195; 1913 kol. 1039 1044, 1193—1194, 1319—1320; 1914 kol. 799. Vgl. Leboy (p. 764

geciteerd) p. 178—199.

Vgl. overigens art. 166 lid 2 Grw. en de daarop betiekking

hebbende litteratuur.

H. Aansprakelijkheid des rechters.

Hierover (in verband met 's rechters onafhankelijkheid: zie sub G) vgl. D. Jur. Zeit. 1909 kol. 1415—1421; 1910 kol. 475—477; Arch. für öffentl. Recht 26 p. 116—181; Annalen des Deutschen Reichs 1912 p. 77 kol. 2; Leboy 1.1. p. 164—177.

ï. a. De kunst van rechtspreken.

Vgl. o. a. G. Ransson, Essai sur 1'art de juger, 2e ed. (1912). Zie de aankondiging der le ed. in W. 9141 p. 8. Vgl. voorts Archiv für Kriminal-Anthropologie 60 p. 206—214.

b. Over de uitlegging der wet in verband met haar toepassing, speciaal door den rechter, zie in het algemeen nader op art, 11 Alg. Bep. Het daar mede aan te halen arrest van Hof Leeuw. 21 April 1915 (reeds boven sub B genoemd) was van oordeel dat de verschillende takken van wetgeving, in verband met den aard van hun onderwerp, verschillende regelen van interpretatie medebrengen. Voorts dat voor het burgerlijke recht de reeliteilijke macht als zelfstandig en onafhankelijk staatsorgaan is aangewezen om bij de rechtsontwikkeling leidend op te treden, doch dat bij wetten, die een deel der staatsmacht aan bepaalde

Sluiten