Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, roet R. O. — Diverse onderwerpen.

769

M. In W. 5909 p. 1 kol. 2 zegt de Redaktie: de bepalingen der wet R. O., regelende de rechterlijke competentie en de appellabiliteit, hebben alleen betrekking op het geding ter terechtzitting. — Op te merken is dat de H. R. die bepalingen soms ruimer toepast; vgl. nader op art. 56 R. O.

N. a. Over het al dan niet iPenschelyjke van het openstellen van hooger beroep, zie in het algemeen o. a. v. Idsinga in Hand«. Tweede Kamer 1901—1902 p. 1739. — Speciaal voor burgerlijke zaken vgl. Hand". Jur.-Vereen. 1870 I p. 45—53, II p. 131—234, alsmede de geciteerden bij Faure, Proc.recht I, 3e ed. p. 128—129, en bij Garsonnet, Traité ... de proc. I, 3e ed. p. 73 nt. 4. — Speciaal voor strafzaken vgl. Hand". Jur.-Vereen. 1870 I p. 54—62, 1871 II p. 29—93; de Pinto, R, Org. 2e ed. II p. 165—167; W. 1932 p. 3—4, 4616 p. 3—4, 4729 p. 3—4, 4744 p. 4, 4760 p. 3—4, 4995 p. 1, 9047 p. 1—2. Vgl. in W. 9015 p. 2 de §§ 3 en 4 der Mem. v. Toel. bij het ontwerp van Hamel en Limburg tot wijziging van het Wetb. v. Strafvord., tegen welk ontwerp Cohen Tervaert in Tijdschr. voor Strafr. 22 p. 49—73. Vgl. daarbij R. A. Fockema in W. 9107 p. 3 kol. 3, en de Mem. van Antw. der voorstellers in W. 9703 p. 1—2. — Vgl. verder P. v. J. 1881 Hoofdbl. nos. 14, 20, 21, 23, 24, 26, 28; E. Bergsma in Tijdschr. voor Strafr. 3 p. 171 vlgg.; J. de Bosch Kemper, Het hooger beroep in strafzaken (1858); C. W. E. Vaillant, De vraag omtrent het hooger beroep in strafzaken (1860), die oudere litteratuur [aanhaalt. Voorts C. Huyser v. Reenen, Eenige opmerkingen betreffende hooger beroep in strafzaken, diss. Amst. 1896, en de aankondiging daarvan door Mom Visch in W. 6982 p. 3—4. Vgl. ook de genoemden in de Nederlansche Rechtslitteratuur i. v. Appèl in strafzaken nos. 1—3.

Van Duitsche litteratuur zie o. a. Verhandlungen des 17» Deutschen Juristentags 2 p. 297—327; de boven sub A b vermelde Protokolle van 1905 en de „Reform des Strafprozesses" van 1906. Vgl. ook D. Jur. Zeit. 1905 kol. 621—622; 1908 kol. 1051—1052, 1071— 1072; 1909 kol. 108; Zeitschr. f. d. ges. Strafr.wiss. 29 p. 24—31.

49

Sluiten