Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

770

Inleid, wet R. O. — Diverse onderwerpen.

Naar aanleiding der Engelsche Criminal Appeal Act van 1907 zie o. a. Tijdschr. voor Strafr. 19 p. 317—346 (speciaal p. 318—319, 325-328) en D. Jur. Zeit. 1909 kol. 476—477.

b. Over het al dan niet wenschelijke van de instelling der cassatie zie op art. 95 R. O.

O. Over het al dan niet wenschelijke der opdracht van voluntaire jurisdiktie aan den rechter, zie o. a. D. Jur. Zeit. 1912 kol. 1380—1384.

P. Over het al dan niet wenschelijke van het stelsel derctcmbevelingen en sollicitaties bij benoemingen tot rechter, en over de geschiedenis onzer daarop betrekking hebbende bepalingen, zie de Pinto, R. Org. 2e ed. II p. 149—152, 200—201 (vgl. ook wet 23 Juli 1885 Stbl. 155); Faube, Proc.r. I, 3e ed. p. 143—144; J. J. Loke, Ook een woord voor het behoud der aanbevelingen bij vacaturen in de rechterlijke macht (1876: vgl. P. v. J. 1876 Bijbl. 51); Bordeaux (p. 760 hiervóór geciteerd) p. 326—328; Voorl. Verslag Tweede Kamer Begrooting Justitie voor 1903 en voor 1906, alsmede Mem. v. Antw., respektievelijk in W. 7816, Bijv. p. 4 kol. 3, 8292 p. 1 kol. 2, 8299 Bijv. p. 1 kol. 2. Vgl. voorts W. 5094 p. 4, 5112 p. 4, 5154 p. 4, 5194 p. 3, 7030 p. 4, 8298 p. 3—4, 8303 p. 3.

Naar aanleiding van Duitsche toestanden vgl. D. Jur. Zeit. 1913 kol. 259—262, 347—349.

Sluiten